Vragen over zout­winning onder de Waddenzee


Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Commissie
Artikel 130 van het Reglement
Anja Hazekamp (GUE/NGL)

De Waddenzee is in 2009 op de Werelderfgoedlijst bijgeschreven, onder andere vanwege de schoonheid van het gebied en de unieke ecosystemen die er voorkomen. Ook is de Waddenzee een beschermd gebied onder Natura 2000. Het ministerie van Economische Zaken in Nederland gaf onlangs een vergunning af voor winning van zout onder de Waddenzee af aan Frisia Zout BV. Het eerste zout van onder de Waddenzee zal vanaf 2016 gewonnen worden. In 2013 presenteerde het NIOZ een rapport waaruit blijkt dat eventuele zoutwinning onder de Waddenzee en de daarbij gepaard gaande bodemdaling een grote bedreiging is voor duizenden trekvogels, waaronder de in Nederland beschermde vogelsoorten kanoet en bergeend [1].

1. Voldoet, naar het oordeel van de Commissie, de Nederlandse staat aan haar verplichtingen onder de Natura 2000 wetgeving door een vergunning te verlenen voor zoutwinning, of is zij in overtreding van deze wetgeving?

2. In hoeverre is Nederland en Frisia Zout BV aansprakelijk voor de milieu- en biodiversiteitsschade aan het ecosysteem van de Waddenzee door de zoutwinning?

3. In hoeverre kan de Commissie de Nederlandse staat verbieden om een vergunning voor zoutwinning onder de Waddenzee te verlenen?

[1] http://www.nioz.nl/files/afdelingen/Bibliotheek/NIOZ%20rapporten/nioz-report_2013-8.pdf

NL

E-009674/2014

Antwoord van de heer Vella

namens de Commissie

(23.1.2015)

De Commissie heeft geen informatie over de voorwaarden waaronder de vergunning voor winning van zout onder de Waddenzee is verleend. Zij kan daarom niet beoordelen of die vergunning voldoet aan de bepalingen van Natura 2000.

Richtlijn 2004/35/EG[1] van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn) bevat bepalingen betreffende het voorkomen van schade in geval van onmiddellijke dreiging en het herstel van schade aan het milieu. Deze bepalingen kunnen ook van toepassing zijn in het geval van aanzienlijke schade toegebracht aan het ecosysteem van de Waddenzee, indien de exploitant heeft gehandeld door opzet of nalatigheid (aangezien zoutwinning niet onder het toepassingsgebied van risicoaansprakelijkheid volgens de milieuaansprakelijkheidsrichtlijn valt) en indien de vergunning niet is afgegeven als gevolg van een procedure overeenkomstig artikel 6, leden 3 en 4, van de habitatrichtlijn[2].

De Commissie heeft geen aanwijzingen dat het gemeenschapsrecht werd geschonden bij het afgeven van de vergunning voor dit zoutwinningsproject.

[1] PB L 143 van 30.4.2004, blz. 56-75.

[2] Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7-50).

Word lid

    Word lid Doneer