Vragen over verte­kende resi­du­ge­halten van glyfosaat in voedsel


Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord P-002321/2016
aan de Commissie
Artikel 130 van het Reglement

Bart Staes (Verts/ALE), Karin Kadenbach (S&D), Stefan Eck (GUE/NGL), Anja Hazekamp (GUE/NGL), Kate?ina Kone?ná (GUE/NGL), Martin Häusling (Verts/ALE), Younous Omarjee (GUE/NGL), Gilles Pargneaux (S&D), Sirpa Pietikäinen (PPE) en Pavel Poc (S&D)

De Amerikaanse Food and Drug Administration (Inspectie van voedings- en geneesmiddelen) heeft op 17 februari 2016 haar voornemen bekendgemaakt om te beginnen met het testen van glyfosaatresiduen in voedsel, nadat het Amerikaanse Government Accountability Office de inspectiedienst had berispt omdat zij had nagelaten dergelijke evaluaties te verrichten en deze tekortkoming openbaar te maken.

In haar rapport van 2013 over residuen van bestrijdingsmiddelen in voedsel heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) gewezen op het ontbreken van betrouwbare gegevens over glyfosaatresiduen in de EU:

"Evenals in de voorafgaande jaren heeft de EFSA geconstateerd dat voor bepaalde bestrijdingsmiddelen die vallen onder het gecoördineerde programma van de EU voor 2013, het aantal monsteranalyses ver beneden het aantal lag dat nodig is om statistisch betrouwbare conclusies te kunnen trekken. Dit is met name het geval bij 2,4?D, amitraz, amitrool, bixafen, bromide-ion, chloordaan, cyromazine, dithianon, dodine, ethefon, fenbutatinoxide, flonicamide, fluazifop-P-butyl, flubendiamide, glyfosaat, maleïnehydrazide, meptyldinocap en prothioconazool (zie bijlage C, tabel C1, deel 2.2 en 2.3). Derhalve moeten de verslagleggende landen de reikwijdte van de analytische methoden die worden gebruikt met het oog op de naleving van de maximumresidugehalten (MRL), verruimen om ervoor te zorgen dat het opsporingspercentage en het overschrijdingspercentage van MRL niet worden vertekend door het lage aantal analyses of het gebrek aan gegevens uit bepaalde landen."

Welke maatregelen heeft de Commissie genomen om ervoor te zorgen dat de officiële residugehalten voor glyfosaat en de andere door de EFSA opgesomde substanties niet vertekend zijn, hetzij door het lage aantal analyses, het gebrek aan gegevens of enige andere factor?

Original text

The US Food and Drug Administration (FDA) announced its intention to start testing glyphosate residues in food on 17 February 2016, after the US Government Accountability Office rebuked the agency for failing to carry out such assessments, and for not disclosing this shortcoming to the public.

In the 2013 report on pesticide residues in food, the European Food Safety Authority (EFSA) pointed out the lack of sound data on glyphosate residues in the EU:

‘Similar to previous years, EFSA noted that for certain pesticides covered by the 2013 EUCP the number of determinations reported was significantly below the number needed to derive statistically sound conclusions. This is true in particular for 2,4-D, amitraz, amitrole, bixafen, bromide-ion, chlordane, cyromazine, dithianon, dodine, ethephon, fenbutatin-oxide, flonicamid, fluazifop-p-butyl, flubendiamide, glyphosate, maleic hydrozide, meptyldinocap and prothioconazole (RD) (see Appendix C, Table C1, Section 2.2. and 2.3). Thus, reporting countries should extend the scope of the analytical methods used for enforcement of MRLs to make sure that the detection rate and the MRL exceedance rate is not biased by the low number of determinations or lack of data from certain countries.’

What measures have been taken by the Commission to make sure that official residue levels for glyphosate and the other substances listed by the EFSA above are not biased, whether by the low number of determinations, the lack of data or any other factor?

NL

E-002321/2016

Antwoord van de heer Andriukaitis

namens de Commissie

(26.4.2016)

Volgens Verordening (EU) nr. 788/2012[1] inzake een in 2013, 2014 en 2015 uit te voeren gecoördineerd meerjarig controleprogramma van de Unie moest glyfosaat in 2013 op rogge of haver worden geanalyseerd, waarbij het totaal minimumaantal monsters was vastgesteld op 642. In 2013 hebben de lidstaten 366 monsters van rogge of haver geanalyseerd (dus minder dan het vereiste totaal minimumaantal monsters van 642). Op basis van de 242 geanalyseerde monsters van rogge en de 124 geanalyseerde monsters van haver kon geen statistisch betrouwbare conclusie worden getrokken over het nalevingspercentage met betrekking tot het maximumresidugehalte (MRL) voor deze specifieke producten. In geen van deze monsters werd echter een residugehalte vastgesteld dat het MRL overschreed.

Om te garanderen dat in de toekomstige controleprogramma’s een voldoende aantal monsters wordt gebruikt, zal met ingang van het in 2016 uit te voeren gecoördineerd meerjarig controleprogramma van de Unie het aantal monsters dat moet worden geanalyseerd om statistisch significante conclusies te kunnen trekken met betrekking tot het nalevingspercentage van het MRL voor elk product apart worden bepaald, en zal niet meer de keuze tussen twee producten worden geboden. Het aantal producten waarop glyfosaat gedurende een driejarige cyclus moet worden geanalyseerd, zal in het in 2017 uit te voeren gecoördineerde meerjarige controleprogramma van de Unie bovendien worden verhoogd van 3 tot 10. Dankzij deze maatregelen zullen voor een groter aantal specifieke producten statistisch betrouwbare conclusies met betrekking tot het nalevingspercentage van het MRL kunnen worden getrokken.

Er zijn trouwens niet alleen de gecoördineerde meerjarige controleprogramma's van de Unie, maar ook de lidstaten analyseren bestrijdingsmiddelenresiduen in het kader van de nationale programma's. In 2013 werden in het kader van deze programma’s 2866 officiële monsters van verschillende producten geanalyseerd op glyfosaat, wat een representatief beeld geeft van het algemene nalevingspercentage van het MRL voor glyfosaat. Het is geruststellend dat slechts in vijf van deze monsters (d.w.z. 0,17 %) residuen werden gemeten die het MRL overschrijden.

[1] Uitvoeringsverordening (EU) nr. 788/2012 van de Commissie van 31 augustus 2012 inzake een in 2013, 2014 en 2015 uit te voeren gecoördineerd meerjarig controleprogramma van de Unie tot naleving van de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen en ter beoordeling van de blootstelling van de consument aan bestrijdingsmiddelenresiduen in en op levensmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong (PB L 235 van 1.9.2012, blz. 8).

Word lid

    Word lid Doneer