Vragen over uitsluiting van zuivel­ver­vangers in de 'Regeling POP 3 subsidies'


Indiendatum: feb. 2020

Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord E-000966/2020
aan de Commissie
Artikel 138 van het Reglement
Anja Hazekamp

Verordening 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad (artikel 5) stelt dat het bevorderen van het efficiënte gebruik van hulpbronnen en steun voor de omslag naar een koolstofarme en klimaatbestendige economie in de landbouw- en voedingssector een van de prioriteiten van de Unie voor plattelandsontwikkeling is.

In de ‘Regeling POP 3 subsidies’ van onder andere de Nederlandse provincie Overijssel [1] worden initiatieven op het gebied van zuivelvervangers algeheel uitgesloten, terwijl de productie van dierlijke eiwitten veel belastender is voor het milieu dan de productie van plantaardige eiwitten.

1) Deelt u de mening dat de algehele uitsluiting van zuivelvervangers in strijd is met bovengenoemde prioriteit van de Unie en de doelstellingen van de Green Deal?

2) Op welke wijze en termijn gaat de Commissie ervoor zorgen dat de voorwaarden die landelijk en regionaal gesteld worden bij het verstrekken van EU-subsidies niet in strijd zijn met de doelstellingen van de Green Deal?

3) Hoe en wanneer gaat de Commissie in het kader van de Green Deal de transitie van dierlijk naar plantaardig eiwit stimuleren?

Indiendatum: feb. 2020
Antwoorddatum: 17 jun. 2020

Antwoord van de heer Wojciechowski
namens de Europese Commissie

Het door het geachte Parlementslid genoemde plattelandsontwikkelingsprogramma werd in februari 2015 vastgesteld op basis van de identificatie van sterke en zwakke punten, kansen en bedreigingen (SWOT) en de behoefteanalyses die destijds werden uitgevoerd. De nadruk ligt daarbij op innovatie en duurzaamheid. De selectie van projecten gebeurt door de autoriteiten van de lidstaat. Hoewel het programma niet expliciet de nadruk legt op de productie van plantaardige eiwitten, is er ondersteuning mogelijk voor investeringsmaatregelen, samenwerking en kennisoverdracht, wat allemaal kan bijdragen aan klimaatactie.

De ambities van de “van boer tot bord”-strategie[1] (en de Green Deal in het algemeen) zullen moeten worden weerspiegeld in de nationale strategische plannen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Dit geldt voor rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsprogramma’s en sectorale interventies.

De “van boer tot bord”-strategie, vastgesteld op 20 mei 2020, heeft tot doel te verduidelijken hoe we kunnen toewerken naar een duurzaam voedselsysteem dat een neutraal of positief effect moet hebben op het milieu. De strategie is ook gericht op het bevorderen van de voedselzekerheid, volksgezondheid en gezonde voedingsgewoonten voor EU-burgers.

De hervormingsvoorstellen voor het GLB die momenteel in de Raad en het Europees Parlement besproken worden, zouden het mogelijk maken rekening te houden met de doelstellingen van de Green Deal.

[1] COM(2020) 381 final.