Vragen over REACH en nieuwe dier­proef­vrije test­me­thoden


Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Commissie
Artikel 130 van het Reglement

Anja Hazekamp

New non-animal test methods are now available for identifying chemicals which may cause skin allergies. If employed under REACH , these tests could spare hundreds of thousands of animals’ lives, and deliver higher quality data - more predictive of health effects in humans - than the animal tests they replace. However, because the methods are new and innovative, they will be unfamiliar for many REACH registrants. Furthermore they must be applied carefully in integrated risk assessments requiring expert knowledge. Many companies, particularly SMEs, will need clearly focused and proactive guidance to use the new methods effectively and will danger that if this is not provided, they will ‘resort’ to animal testing.

1) Will the Commission and/or ECHA offer support to registrants to ensure that the new non-animal methods are used as widely as possible?

2) Can the Commission guarantee that animal tests for skin sensitisers really are conducted only as a last resort, as the law requires?

NL

E-003639/2016

Antwoord van de heer Vella

namens de Commissie

(1.7.2016)

Nadat de in-vitrotestmethoden beschikbaar werden[1], heeft de Commissie een voorstel opgesteld om de informatievereisten voor huidsensibilisatie te wijzigen, waardoor prioriteit zou worden gegeven aan het gebruik van de in-vitromethoden voor REACH[2]-registratie, met vermelding van de specifieke voorwaarden die in acht zouden moeten worden genomen[3]. Hierdoor worden de in-vitrotestmethoden samen met andere diervrije methoden eerstelijnsbenaderingen in het onderzoek. Slechts wanneer in-vitrotestmethoden niet geschikt blijken voor de te onderzoeken stof of de resultaten niet geschikt zijn voor classificering en risicobeoordeling, zou een in-vivotest vereist zijn. Dit voorstel zal naar verwachting in het najaar van 2016 in werking treden.

ECHA[4] zal registranten uitgebreide richtsnoeren geven over het gebruik van alternatieve methoden. Het eindpuntspecifieke richtsnoer voor huidsensibilisatie wordt momenteel herzien en zal een uitvoerige bespreking van in-vitrotestmethoden en het gebruik ervan voor REACH-doeleinden bevatten. Beknoptere richtsnoeren over de testmethoden zijn reeds beschikbaar op de ECHA-website in de sectie "Testrichtsnoeren van de OESO[5] en de EU"[6] onder "Testmethoden en alternatieven". In de aanloop naar de registratiedeadline van 2018 zal ECHA aan minder ervaren registranten[7] vereenvoudigde richtsnoeren over de wettelijke verplichtingen en het gebruik van alternatieven aanbieden.

REACH vereist dat dierproeven enkel worden uitgevoerd wanneer het niet mogelijk is om alternatieve methoden te gebruiken. Hoewel de Commissie en ECHA de naleving van deze verplichting middels duidelijke informatievereisten en gepaste richtsnoeren kunnen ondersteunen, zijn zij niet bevoegd om niet-naleving van deze verplichting te bestraffen. Wanneer ECHA bij de nalevingscontrole van een dossier een inbreuk vermoedt, is het de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke lidstaten om passende handhavingsmaatregelen te nemen.

[1] De eerste twee testrichtsnoeren van de OESO werden in februari 2015 aangenomen.

[2] REACH staat voor "Registration, Evaluation, Authorization and restriction of CHemicals" (de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen).

[3] http://ec.europa.eu/environment/chemicals/news_en.htm

[4] Europees Agentschap voor chemische stoffen.

[5] Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.

[6] http://echa.europa.eu/nl/support/oecd-eu-test-guidelines

[7] Bijvoorbeeld kmo's.

Word lid

    Word lid Doneer