Vragen over problemen betreffende het welzijn van kweekvis tijdens vervoer en slachten

Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord
aan de Commissie
Artikel 130 van het Reglement
Anja Hazekamp (GUE/NGL)

Het directoraat-generaal Gezondheid en Voedselveiligheid (DG SANTE) buigt zich momenteel over problemen met betrekking tot het welzijn van kweekvis tijdens vervoer en slachten in Europa. In zijn recentelijk gepubliceerde studie hierover heeft het directoraat-generaal het vervoer van vis voor opkweek buiten beschouwing gelaten. Het heeft met andere woorden niet gekeken naar het vervoer over lange afstanden en het internationaal vervoer van volwassen vis, nochtans het type vervoer dat potentieel de grootste risico’s inzake dierenwelzijn inhoudt.

1) Waarom is er besloten de aspecten op het vlak van dierenwelzijn van dit belangrijke onderdeel van de sector niet te onderzoeken?

2) Hoe wil de Commissie deze omissie rechttrekken wanneer zij nagaat of het aangewezen is de bepalingen te herzien?

Antwoorden

NL

E-007532/2017

Antwoord van de heer Andriukaitis

namens de Commissie

(9.2.2018)

De in opdracht van de Commissie uitgevoerde studie over het welzijn van kweekvis[1] betreft een breed scala aan gangbare praktijken op het gebied van het vervoer van kweekvis, waaronder aspecten van het vervoer van vis voor opkweek. Als gevolg van diverse factoren, zoals de beschikbare begrotingsmiddelen en de hoeveelheid te bestuderen informatie, is de betreffende studie gericht geweest op de meest gangbare praktijken bij de belangrijkste en in diverse lidstaten meest voorkomende soorten en categorieën van vis van handelskwaliteit.

Het vervoer van vis in de Europese aquacultuur komt aan bod in hoofdstuk 4.1, waarin wordt gepreciseerd dat het vervoersaspect van de studie beperkt is tot: a) visbroed/jonge exemplaren van zeebrasem en zeebaars en jonge Atlantische zalm (smolts) die naar opkweekinstallaties worden vervoerd, en b) Atlantische zalm, zoetwater-regenboogforel en karper van handelskwaliteit die na de opkweek naar een slachtfaciliteit worden vervoerd.

De analyse van de praktijken inzake dierenwelzijn is te vinden in hoofdstuk 10 en in het bijzonder in de tabellen met betrekking tot het vervoer van visbroed/jonge vis en smolts (tabellen 22 en 23), visbroed/jonge exemplaren van zeebaars en zeebrasem (tabellen 24 en 25), Atlantische zalm van handelskwaliteit (tabel 26), zoetwater-regenboogforel van handelskwaliteit (tabel 27) en karper van handelskwaliteit (tabel 28).

Aan de hand van deze studie werkt de Commissie aan een verslag aan het Europees Parlement en de Raad overeenkomstig artikel 27, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1099/2009[2] over de mogelijkheid om bepaalde voorschriften in te voeren inzake de bescherming van vissen bij het doden. Wat het vervoer van vis betreft, is de Commissie momenteel niet voornemens enig voorstel tot wijziging van de thans geldende bepalingen in te dienen.

[1]     De studie "Welfare of farmed fish: Common practices during transport and at slaughter": https://publications.europa.eu/en/publication-detail/-/publication/facddd32-cda6-11e7-a5d5-01aa75ed71a1/language-en/format-PDF/source-49981830

[2]     Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad inzake de bescherming van dieren bij het doden (PB L 303 van 18.11.2009, blz. 1).