Vragen over naleving en hand­having van de varkens­wel­zijns­regels


Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Commissie
Artikel 130 van het Reglement
Keith Taylor (Verts/ALE) , Fredrick Federley (ALDE) , Jytte Guteland (S&D) , Anja Hazekamp (GUE/NGL) , Jeppe Kofod (S&D)

Ondanks de initiatieven van de Commissie ter bevordering van de uitwisseling van goede praktijken en ter ondersteuning van de lidstaten bij het handhaven van Richtlijn 2008/120/EG van de Raad, hebben tot nu toe alleen Zweden en Frankrijk de bepalingen met betrekking tot het voorkomen van staartbijten, het verbod op het stelselmatig couperen van de staart en het ter beschikking stellen van gepast afleidingsmateriaal in nationaal recht omgezet(1).

Deze twee landen laten zien dat het respecteren van deze wetgeving heel goed mogelijk is. Desalniettemin blijft de Commissie de voorkeur geven aan een „softe” benadering van de wijdverbreide inbreuken op de varkenswelzijnsbepalingen, hetgeen niet alleen schadelijk is voor de reputatie van de Europese Unie als wereldleider op het gebied van het dierenwelzijn, maar ook in een concurrentienadeel resulteert voor die lidstaten die zich wel volledig aan Richtlijn 2008/120/EG houden.

Gezien het voorgaande wordt de Commissie verzocht de volgende vragen te beantwoorden:

1) Overweegt de Commissie inbreukprocedures te starten tegen die lidstaten die zich nog altijd niet houden aan het bepaalde in Richtlijn 2008/120/EG met betrekking tot het verbod op het stelselmatig couperen van de staart en het ter beschikking stellen van gepast afleidingsmateriaal?
2) Indien dit niet het geval is, wanneer breekt dan het moment aan dat de Commissie gaat besluiten dat de niet-naleving inbreukprocedures rechtvaardigt, gezien ook het feit dat deze wetgeving bijna tien jaar oud is?

(1) http://ec.europa.eu/food/audits-analysis/overview_reports/act_getPDF.cfm?PDF_ID=790

Original text

Despite initiatives taken by the Commission to foster the exchange of best practices and assist Member States in enforcing Council Directive 2008/120/EC, thus far only Sweden and Finland have implemented the provisions relating to the prevention of tail biting, the ban on routine tail docking, and the supplying of enrichment materials to all pigs(1).

Their example clearly shows that complying with this legislation is possible. In spite of this evidence, the Commission continues to privilege a ‘soft’ approach to the widespread breaches of pig welfare provisions, which not only damages the reputation of the European Union as a world leader in animal welfare, but also constitutes a competitive disadvantage for Member States that are fully compliant with Directive 2008/120/EC.

In view of these considerations, the Commission is requested to answer the following:

1. Is the Commission considering launching infringement procedures against Member States that still do not comply with the provisions of Council Directive 2008/120/EC in relation to the ban on routine tail docking and the provision of enrichment materials to pigs?
2. If not, at what point will the Commission consider that Member States’ non-compliance would warrant infringement procedures, bearing in mind the fact that this legislation is nearly a decade old?

(1) http://ec.europa.eu/food/audits-analysis/overview_reports/act_getPDF.cfm?PDF_ID=790

NL

E-007586/2017

Antwoord van de heer Andriukaitis

namens de Commissie

(31.1.2018)

De Commissie heeft verschillende maatregelen getroffen om te beoordelen in welke mate Richtlijn 2008/120/EG van de Raad[1] in de lidstaten wordt nageleefd en het routinematig couperen van staarten wordt vermeden, en om de lidstaten te helpen die naleving te verbeteren.

De diensten van de Commissie hebben de uitvoering van de relevante bepalingen van Richtlijn 2008/120/EG door de lidstaten over het algemeen (met uitzondering van Finland en Zweden) als ontoereikend beoordeeld.

De Commissie implementeert momenteel een werkprogramma dat specifiek de verbetering van de naleving van Richtlijn 2008/12/EG tot doel heeft en dat nog loopt tot juni 2019. Dit programma geeft de voorkeur aan een stapsgewijze benadering voor het realiseren van die naleving. Op dit moment worden de lidstaten verzocht een actieplan voor te leggen om voor eind 2018 aan de vereisten van deze richtlijn te voldoen en in het bijzonder het routinematig couperen van staarten te voorkomen.

De Commissie houdt zich aan haar werkprogramma en ziet toe op de vorderingen. Zij sluit niet uit dat maatregelen worden getroffen als die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de voorschriften met betrekking tot het voorkomen van staartbijten en het vermijden van routinematig couperen van staarten in de hele Europese Unie op bevredigende wijze worden uitgevoerd. Het werkprogramma dat momenteel wordt uitgevoerd, zal de Commissie van meer informatie voorzien over de situatie in de verschillende lidstaten en over de bereidheid en initiatieven van de lidstaten om die situatie te verbeteren. Ten aanzien van de vraag of tegen bepaalde lidstaten een inbreukprocedure moet worden ingeleid, is het daarom in dit stadium nog te vroeg om een standpunt in te nemen.

[1] Richtlijn 2008/120/EG van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van varkens (PB L 47 van 18.2.2009, blz. 5).