Vragen over het slachten van biolo­gische vis


Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord P-005590/2018
aan de Commissie
Artikel 130 van het Reglement
John Flack (ECR), Anja Hazekamp (GUE/NGL), Keith Taylor (Verts/ALE), Richard Corbett (S&D), Stefan Eck (GUE/NGL), Klaus Buchner (Verts/ALE) en Linnéa Engström (Verts/ALE)

Krachtens artikel 25 nonies van Verordening (EG) nr. 710/2009 van de Commissie over biologische aquacultuurproductie moeten "slachttechnieken [...] onmiddellijke bewusteloosheid en ongevoeligheid voor pijn tot gevolg hebben". In het recente verslag van de Commissie over het welzijn van kweekvis bij de slacht (COM(2018)0087) staat te lezen dat "aan het systeem van controles [...] wordt voldaan", met verwijzing naar het overzichtsverslag getiteld "Implementation of the rules on finfish aquaculture" (DG SANTE) 2015‑7406 – MR), waarin dit systeem van controles slechts wordt omschreven als grotendeels bevredigend. Bovendien wordt alleen verslag uitgebracht over bezoeken aan aquacultuurbedrijven en wordt naleving in verwerkingsbedrijven niet onderzocht.

In de studie van de Commissie van november 2017 getiteld "Welfare of farmed fish: Common practices during transport and at slaughter" (Het welzijn van kweekvis: gebruikelijke praktijken tijdens vervoer en slachten) wordt echter geconcludeerd dat de bedwelming van zeebaars in de EU slechts bij wijze van experiment plaatsvindt en dat de huidige praktijk de vis niet onmiddellijk bewusteloos of ongevoelig voor pijn maakt.

1) Kan de Commissie, gezien deze tegenstrijdige verklaringen, bevestigen of de productie en het kweken van biologische zeebaars die momenteel wordt geproduceerd en verkocht in Europa al dan niet stroken met de EU‑regelgeving?

2) Is de Commissie van mening dat de regelgeving inzake het slachten van biologische vis naar behoren wordt uitgevoerd en gecontroleerd?

3) Kan de consument vertrouwen op de biologische certificering?

Antwoorddatum: 22 dec. 2018

NL

P-005590/2018

Antwoord van de heer Hogan

namens de Europese Commissie

(22.12.2018)

De lidstaten moeten in het kader van het biologisch certificeringssysteem van de EU een controleregeling opzetten om te verzekeren dat de biologische wetgeving van de EU wordt nageleefd. De Commissie houdt toezicht op de volledige biologische controleregeling door middel van de jaarlijkse verslagen die de lidstaten inleveren en de audits die de Commissie (het directoraat-generaal Gezondheid en Voedselveiligheid) uitvoert.

In het verslag waarnaar de geachte Parlementsleden verwijzen, wordt geconcludeerd dat exploitanten van biologische aquacultuurbedrijven de EU-voorschriften inzake biologische aquacultuurproductie over het algemeen naleven. Datzelfde verslag bevat een rubriek over "welzijn en slachten". Een van de bevindingen was dat de controleorganen die de biologische aquacultuurexploitanten certificeren tijdens het certificeringsproces systematisch beoordelen of er houderijpraktijken (d.i. voederen, bedrijfsontwerp, bezettingsdichtheid, waterkwaliteit, verwerking en vervoer) worden toegepast die bevorderlijk zijn voor het dierenwelzijn. Wat de slachtmethoden betreft, werd vastgesteld dat voor zalm en forel elektrische bedwelming wordt gebruikt, terwijl tarbot, zeebaars en zeebrasem onder normale commerciële kweekomstandigheden worden geslacht door ze op ijs te leggen.

De Commissie (het directoraat-generaal Gezondheid en Voedselveiligheid) organiseert onderzoeksmissies om de biologische exploitanten bewuster te maken van de soortspecifieke wetenschappelijke adviezen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, met inbegrip van de adviezen over het welzijn bij het doden van gekweekte Atlantische zalm, tarbot, karper, aal, zeebaars, forel en tonijn. Naar aanleiding daarvan moedigt de Commissie de bevoegde autoriteiten van de lidstaten ook aan om het welzijn van vis op te nemen in de officiële controles.