Vragen over een weten­schap­pelijk onder­zoeks­pro­gramma waarbij met elek­tro­nische sleep­netten wordt gevist


Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Commissie
Artikel 130 van het Reglement
Marco Affronte (EFDD), Piernicola Pedicini (EFDD), Isabella Adinolfi (EFDD), Eleonora Evi (EFDD), Fabio Massimo Castaldo (EFDD), Dario Tamburrano (EFDD) en Anja Hazekamp (GUE/NGL)

- Volgens verordening nr. 1626/94 van de Raad is de visserij in Europa met behulp van gif, explosieven of elektrische stroomstoten verboden.
- In speciale beschermingszones, zoals de Doggersbank en de North Norfolk sandbanks, zijn met het oog op hun beschermende functie geen vis- of enigerlei andere activiteiten toegestaan.
- Er zijn 97 vaartuigen uitgerust met apparatuur voor elektrische pulsen voor een bedrag van 300.000 Britse pond elk, zodanig dat zij zich niet meer voor andere vistechnieken laten ombouwen.
- In 2010 zijn deze vaartuigen in de Noordzee en ook in de beschermingsgebieden begonnen met het gebruik van elektrische sleepnetten voor de vangst van zeekreeft.
- In het oosten van de Chinese Zee werd deze techniek verboden nadat de visserijsector bijna was ingestort.
- Recente vangsten hebben permanente schade aan andere soorten, met name aan hun eieren en embryo's, aangetoond.
- Als enige uitleg en rechtvaardiging heeft de Commissie tegenover de pers verklaard dat deze techniek dient voor wetenschappelijk onderzoek.

Dit alles in aanmerking genomen, stellen wij de volgende vragen:

1. Welk doel dient een onderzoek van deze aard waarbij uitgerekend de Noordzee en zelfs twee beschermde gebieden voor deze experimenten worden uitgekozen?

2. Welke controles worden er verricht bij het gebruik van deze techniek die in zeer hoge mate inwerkt op het gehele mariene ecosysteem, en hoe worden de resultaten gemeten?

NL

E-004170/2015

Antwoord van de heer Vella namens de Commissie

(16.6.2015)

De lidstaten kunnen overeenkomstig artikel 14 van de verordening inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid[1] zelf proefprojecten uitvoeren teneinde de invoering van de verplichting om alle vangsten aan te landen overeenkomstig artikel 15 te vergemakkelijken. Het Nederlandse proefproject pulsvisserij wordt op grond hiervan uitgevoerd en heeft twee doelstellingen:
- op een ruime schaal onderzoeken hoe de pulsvisserijmethode, al dan niet gecombineerd met bepaalde nieuwe netontwerpen, kan bijdragen tot meer selectiviteit bij het vissen op platvis. Het doel is om de gevolgen van de aanlandingsplicht terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau.
- Meer gegevens verzamelen en ervaring opdoen, steun en goedkeuring verwerven voor de pulsvisserij in de Noordzee.

Het gebruik van pulskorren was het onderwerp van verschillende wetenschappelijke evaluaties door de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) en het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV).

Overeenkomstig het bij de Commissie aangemelde proefproject wordt het gebruik van pulstuig gecontroleerd en geïnspecteerd op basis van een technisch dossier, fysieke controles en de geautomatiseerde overdracht van geregistreerde gegevens inzake de veldsterkte van de zwarte doos naar de controleautoriteit[2], wanneer het toegestane niveau wordt overschreden.

De Commissie heeft vernomen dat de initiële bevindingen van het project in de komende maanden zullen worden voorgelegd aan de Commissie en de adviesraad voor de Noordzee.

[1] Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad, PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22.

[2] http://www.nsrac.org/wp-content/uploads/2014/03/Paper-4.3-Pulse-Pilot-For-Discussion.pdf