Vragen over de verstrekking van middelen in het kader van het hervormde GLB om land­bouwers te helpen die willen over­scha­kelen van dierlijke productie naar andere acti­vi­teiten


Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Commissie
Artikel 130 van het Reglement
Anja Hazekamp


De landbouwers in de EU moeten hulp krijgen om hun productie aan te passen in het licht van de veranderingen in de voedingsgewoonten en de vraag van de consumenten, met een trend naar minder vlees en een toenemende populariteit van alternatieven op basis van planten tegenover traditionele dierlijke producten. Het is van essentieel belang dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) de bestaanszekerheid in plattelandsgemeenschappen die momenteel afhankelijk zijn van dierlijke productie, beschermt. De markt voor alternatieven voor vlees en zuivel op basis van planten groeit snel en naar verwachting zal vlees op basis van planten tegen 2020 mondiaal een nettowaarde opleveren van 4,2 miljard EUR en zuivel op basis van planten tegen 2022 een bedrag bereiken van 12,3 miljard EUR. Europa is momenteel de grootste markt voor vleesvervangers, met een marktaandeel op de wereldmarkt van 39 %. In laboratoria gekweekt of „schoon” vlees, dat volgens voorspellingen de komende jaren op de markt beschikbaar zal zijn, heeft ook het potentieel om een aanzienlijk deel in te nemen van de EU-eiwitmarkt.

Kan de Commissie bevestigen of middelen zullen worden toegewezen aan een subsidieregeling in het kader van de tweede pijler van het hervormde GLB om landbouwers te helpen over te schakelen van de productie van dierlijke producten naar de productie van gewassen voor menselijke consumptie?

Kan zij ook bevestigen of deze middelen de verstrekking mogelijk kunnen maken van uitrusting en opleiding in de nieuwe vaardigheden die landbouwers die momenteel dieren houden, nodig hebben om over te schakelen naar de productie van voedingsgewassen?