Vragen over de voortgang inzake initiatieven om bij varkens staartbijten te voorkomen en het couperen van staarten te beperken

Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord E-000237/2018 aan de Commissie
Artikel 130 van het Reglement
Jeppe Kofod (S&D), Jytte Guteland (S&D), Keith Taylor (Verts/ALE) en Anja Hazekamp (GUE/NGL)

Op 8 maart 2016 hechtte de Commissie haar goedkeuring aan Aanbeveling (EU) 2016/336[1] betreffende de toepassing van Richtlijn 2008/120/EG van de Raad tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van varkens wat maatregelen betreft om het couperen van staarten minder noodzakelijk te maken.

De Commissie heeft ook een werkdocument van de diensten van de Commissie gepubliceerd (SWD(2016)0049)[2], waarin nuttige instrumenten zijn uitgewerkt om overeenstemming aan te brengen in de opvattingen over hoe het verstrekken van los materiaal en het vermijden van het couperen van staarten in praktijk kan worden gebracht.

Bovendien heeft de Commissie een driejarig actieplan aangekondigd om de naleving door de lidstaten van Richtlijn 2008/120/EG te verbeteren door initiatieven te bevorderen om bij varkens staartbijten te voorkomen en het couperen van staarten te beperken.

In augustus 2017 heeft de Commissie ons op verzoek van de interfractiewerkgroep "Dierenbescherming" een exemplaar van dit actieplan toegestuurd. Het actieplan is echter niet duidelijk over de concrete te nemen maatregelen en, wat het belangrijkst is, over de verwachte resultaten van de maatregelen. Daardoor bestaat er een risico dat het uiteindelijke projectverslag in 2019 niet aan de verwachtingen zal voldoen wat betreft het welzijn van varkens.

Tegen deze achtergrond wordt de Commissie verzocht de volgende vragen te beantwoorden:

1) Wat zijn de concrete voortgangsindicatoren voor dit actieplan voor de periode 2017?2019?

2) Welke specifieke stappen zijn in dit verband door de individuele lidstaten gezet?

[1]     http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=OJ:L:2016:062:TOC

[2]     https://ec.europa.eu/food/sites/food/files/animals/docs/aw_practice_farm_pigs_stfwrkdoc_nl.pdf

Antwoorden

NL

E-000362/2018

Antwoord van de heer Vella

namens de Commissie

(16.3.2018)

1. De Commissie is, op basis van de door het geachte Parlementslid bedoelde rapporten, niet in een positie om te concluderen dat inbreuk is gemaakt op de bepalingen van de dierentuinrichtlijn (Richtlijn 1999/22/EG van de Raad)[1].

Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteiten van elke lidstaat om te waarborgen dat alle dierentuinen waaraan een vergunning is verleend, waaronder dierentuinen waar walvisachtigen worden gehouden, aan de voorschriften van de dierentuinrichtlijn voldoen. De Commissie herinnert eraan dat zo nodig de nationale rechter de bevoegdheid heeft om beroepen van particulieren tot nietigverklaring van nationale bepalingen te behandelen.

2. Overeenkomstig artikel 4 van de richtlijn moet in gevallen waarin niet aan de vergunningsvoorwaarden wordt voldaan, de bevoegde nationale instantie hetzij de dierentuin geheel of gedeeltelijk voor het publiek sluiten, hetzij specifieke eisen aan de dierentuin opleggen waaraan deze binnen een gestelde termijn moet voldoen.

[1]     Richtlijn 1999/22/EG van de Raad van 29 maart 1999 betreffende het houden van wilde dieren in dierentuinen (PB L 94 van 9.4.1999, blz. 24).