Vragen over de sluiting van het Loro Parque

Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Commissie
Artikel 130 van het Reglement
Anja Hazekamp

Artikel 3 van de Zoos Directive (Council Directive 1999/22/EC ) schrijft voor dat EU-lidstaten moeten garanderen dat dierentuinen (inclusief dolfinaria) “dieren op zodanige wijze huisvesten dat ernaar wordt gestreefd te voldoen aan de biologische behoeften (..)”

Op schriftelijke vraag E-012654-13 antwoordde de Commissie: “The Commission will examine any well founded and substantiated evidence that is brought to its attention in regard to failures of transposition or implementation of the (Zoos) directive and, if necessary, legal action will be taken against the Member State not respecting the rules.”

1) Experts maakten herhaaldelijk melding van slechte leefomstandigheden voor walvisachtigen in het Loro Parque [1] en andere dolfinaria in de EU [2] die niet voldoen aan de Zoos directive. Op welke wijze gaat de Commissie op basis van deze informatie en haar antwoord op vraag E-012654-13 actie ondernemen?

Artikel 3.5 van de Zoos Directive schrijft voor, dat als een vergunning voor een dierentuin niet overeenkomstig de voorwaarden van de Zoos Directive is verleend, dat deze dan geheel of gedeeltelijk voor publiek gesloten wordt.

2) Zal de Commissie, gezien de gerapporteerde overtredingen van de Zoos Directive, aandringen op directe sluiting van Loro Parque en andere dolfinaria?

[1] http://www.freemorgan.org/wp-content/uploads/2016/07/Visser-Lisker-2016-Ongoing-concerns-regarding-Seaworld-orca-held-at-Loro-Parque-V1.3.pdf

[2] http://endcap.eu/wp-content/uploads/2014/12/Dolphinaria_Report_en_2014.pdf

Antwoorden

NL

E-000362/2018

Antwoord van de heer Vella

namens de Commissie

(16.3.2018)

1. De Commissie is, op basis van de door het geachte Parlementslid bedoelde rapporten, niet in een positie om te concluderen dat inbreuk is gemaakt op de bepalingen van de dierentuinrichtlijn (Richtlijn 1999/22/EG van de Raad)[1].

Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteiten van elke lidstaat om te waarborgen dat alle dierentuinen waaraan een vergunning is verleend, waaronder dierentuinen waar walvisachtigen worden gehouden, aan de voorschriften van de dierentuinrichtlijn voldoen. De Commissie herinnert eraan dat zo nodig de nationale rechter de bevoegdheid heeft om beroepen van particulieren tot nietigverklaring van nationale bepalingen te behandelen.

2. Overeenkomstig artikel 4 van de richtlijn moet in gevallen waarin niet aan de vergunningsvoorwaarden wordt voldaan, de bevoegde nationale instantie hetzij de dierentuin geheel of gedeeltelijk voor het publiek sluiten, hetzij specifieke eisen aan de dierentuin opleggen waaraan deze binnen een gestelde termijn moet voldoen.

[1]     Richtlijn 1999/22/EG van de Raad van 29 maart 1999 betreffende het houden van wilde dieren in dierentuinen (PB L 94 van 9.4.1999, blz. 24).