Vragen over de milieurisico's van kunstgrasvelden met rubbergranulaat

Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Commissie
Artikel 130 van het Reglement
Anja Hazekamp (GUE/NGL), Bart Staes (Verts/ALE), Gerben-Jan Gerbrandy (ALDE)

Onlangs deed het Recycling Netwerk Benelux (RNB) in Nederland aangifte van milieudelicten door aanbieders en gebruikers van afgedankte autobanden in de vorm van snippers instrooirubber voor kunstgras, sportvelden en trainingsvelden.

RNB stelt dat het vaak gebruikte Styreen Butadieen Rubber (SBR) zorgt voor aanzienlijke emissies van zink naar onderliggende bodem en grondwater, van zeker 60 kilogram zink per aangelegd kunstgras-voetbalveld. De totale zinkemissie door kunstgrasvelden in Nederland, naar onderliggende bodem, grondwater en oppervlaktewater, bedraagt volgens RNB meer dan 10.000 kilogram per jaar.

1) Hoe verhouden de genoemde emissies van zink, 4-t-octylphenol, koper en PAKs, gerelateerd aan kunstgras, zich tot de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water (2000/60/EG) om:
- Verontreiniging van grondwater en verdere verontreiniging hiervan progressief te verminderen;
- en lozingen, emissies of verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen stop te zetten of geleidelijk te beëindigen?

2) In hoeverre ondermijnt de aanleg van nieuwe kunstgrasvelden met SBR deze doelstellingen; worden deze doelstellingen sneller behaald door de aanleg van kunstgrasvelden te stoppen?

3) Is de Commissie op de hoogte van de genoemde milieurisico’s die de emissies met zich meebrengen en kan er door deze emissies, naast milieurisico’s ook sprake zijn van risico's voor de volksgezondheid?

Antwoorden

NL

E-006406/2017

Antwoord van de heer Vella

namens de Commissie

(8.12.2017)

De lidstaten zijn uit hoofde van de kaderrichtlijn water[1] verplicht om bronnen van verontreiniging aan te wijzen en maatregelen te nemen voor stopzetting of geleidelijke beëindiging van emissies en om te voldoen aan de normen die in of op grond van de richtlijn inzake milieukwaliteitsnormen[2] en de grondwaterrichtlijn[3] zijn vastgesteld.

Van de genoemde stoffen is octylfenol als prioritaire stof en zijn polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) als prioritaire gevaarlijke stoffen geïdentificeerd. Zink en koper zijn in een aantal lidstaten aangemerkt als stroomgebiedspecifieke verontreinigende stoffen en/of grondwaterverontreinigende stoffen, waarvoor op nationaal niveau respectievelijk milieukwaliteitsnormen of grenswaarden zijn vastgesteld.

De Commissie kan zich niet uitspreken over de specifieke milieu- of gezondheidsrisico's van kunstgrasvelden met styreenbutadieenrubber (SBR), alleen al omdat de samenstelling van deze grasvelden, de omstandigheden en het soort omgeving waarin ze worden aangelegd per geval zeer kunnen verschillen, maar op grond van de verstrekte informatie zijn zij mogelijk een bron van emissies die aandacht behoeft.

Het is de verantwoordelijkheid van de lidstaten om volledig uitvoering te geven aan de kaderrichtlijn water en ervoor te zorgen dat de doelstellingen van die richtlijn worden verwezenlijkt.

De diensten van de Commissie analyseren momenteel de door de lidstaten (inclusief Nederland) in hun tweede stroomgebiedsbeheerplan verstrekte informatie en zullen op basis van hun beoordeling waar nodig actie ondernemen.

[1]     Richtlijn 2000/60/EG, PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1-73.

[2]     Richtlijn 2008/105/EG, PB L 348 van 24.12.2008, blz. 84-97.

[3]     Richtlijn 2006/118/EG, PB L 372 van 27.12.2006, blz. 19-31.