Vragen over de Japanse hervatting van de commer­ciële walvis­jacht


Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord E-000552/2019

aan de Commissie

Artikel 130 van het Reglement

Anja Hazekamp (GUE/NGL)

Ondanks een wereldwijd moratorium, bejagen Noorwegen, Japan en IJsland nog steeds walvissen.

Het Europees Parlement heeft de Commissie opgeroepen om Japan, 'middels bilaterale en multilaterale kanalen, voortdurend aan te spreken op de walvisvangst om een einde te maken aan deze praktijk' [1]. In recital O van Resolutie B8-0853/2016 noemde het parlement daarbij specifiek de onderhandelingen over het EU-Japan vrijhandelsverdrag. De Commissie antwoordde echter dat ‘de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC) het meest passende kader is om de Japanse walvisvangst aan te pakken’ [2] en dat de EU in het vrijhandelsverdrag ‘niet voorziet in bepalingen over specifieke thema’s zoals walvisvangst’ [3].

Op 12-12-2018 keurde het Europees Parlement het EU-Japan vrijhandelsverdrag goed, zonder bepalingen over walvisjacht. Op 26-12-2018 maakte Japan bekend uit de IWC te stappen en de wereldwijd verboden commerciële walvisjacht te hervatten [4].

1) Erkent de Commissie dat het onverstandig was om een FTA te sluiten met Japan zonder bepalingen over walvisjacht en dat Europa door Japans’ vertrek uit de IWC minder mogelijkheden heeft om de Japanse walvisjacht tegen te gaan?

2) Veroordeelt de Commissie de hervatting van de commerciële walvisjacht door Japan en welke middelen gaat de EU nu inzetten om de Japanse walvisjacht te stoppen?

[1] O-000155/2015, O-000058/2016, E-008127-16, B8-0853/2016

[2] E-008127/2016

[3] E-004424/2016

[4] https://www.nationalgeographic...