Vragen over de import en het gebruik van paar­den­bloed­hormoon PMSG in Europa


Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Commissie
Artikel 130 van het Reglement
Anja Hazekamp

PMSG is een hormoon waarmee moederdieren in de vee-industrie sneller vruchtbaar worden gemaakt. PMSG wordt verkregen uit bloed van drachtige paarden. De productie leidt tot grote dierenwelzijnsproblemen, zoals structureel overmatige bloedafname bij merries en het doodknijpen van ongeboren veulens. PMSG wordt, o.a. door twee Nederlandse bedrijven, geïmporteerd uit niet-EU-landen. Het hormoon wordt vervolgens verwerkt en in de vee-industrie ingezet ten behoeve van bevruchting van dieren.

1) Erkent de Commissie dat bij het verkrijgen van PMSG dieren betrokken zijn, waaraan structureel pijn en letsel wordt toegebracht en kan de Commissie garanderen dat de winning van PMSG niet plaatsvindt in de EU?

2) In hoeverre is gebruik van PMSG binnen de EU in lijn met Richtlijn 98/58/EG, die voorschrijft dat 'geen natuurlijke of kunstmatige fokmethoden toegepast mogen worden die de betrokken dieren pijn of letsel toebrengen of kunnen toebrengen'?

3) Kan de Commissie het gebruik van PMSG verbieden op basis van Richtlijn 98/58/EG, gezien het toebrengen van pijn en letsel aan dieren buiten de EU als onderdeel van de in Europa toegepaste fokmethode met PMSG, door te pleiten voor dierenwelzijn als criterium in de eisen van Good Manufacturing Practice voor diergeneesmiddelen, danwel door importrestricties onder WTO-regels op grond van dierenwelzijnsbezwaren als non-trade concern?

NL

E-001765/2016

Antwoord van de heer Andriukaitis

namens de Commissie

(3.5.2016)

1. De Commissie is op de hoogte van de berichten die wijzen op de mogelijke mishandeling van merries voor het inzamelen van hun bloed in derde landen, maar het is haar niet bekend of het "pregnant mare serum gonadotropine" (PMSG) in de EU wordt geproduceerd.

2. Richtlijn 98/58/EG van de Raad[1] is alleen van toepassing op dieren die voor landbouwdoeleinden worden gefokt of gehouden. Merries die worden gehouden met het oog op de productie van een geneesmiddel, zoals hier het geval is, vallen dus niet binnen de werkingssfeer van de richtlijn. Daarom is het niet mogelijk Richtlijn 98/58/EG van de Raad te gebruiken als rechtsgrondslag voor de maatregelen die het geachte Parlementslid voorstelt, met inbegrip van eventuele handelsmaatregelen op deze basis.

Dit soort activiteit valt echter onder de richtsnoeren inzake dierenwelzijn in het onderdeel "Het gebruik van dieren in onderzoek en onderwijs"[2] van de Gezondheidscode voor landdieren van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE), die naar behoren moeten worden uitgevoerd door de 180 lidstaten van de OIE.

3. Het normenkader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) dekt dierenwelzijnskwesties in verband met de diergezondheid. Alle richtsnoeren voor het dierenwelzijn die door de EU worden opgelegd aan handelspartners moeten overeenstemmen met de WTO-regelgeving, zoals de vereisten inzake non-discriminatie tussen landen waar gelijke omstandigheden gelden, transparantie en een wetenschappelijk onderbouwde benadering.

Er zijn momenteel geen plannen om dierenwelzijn als criterium toe te voegen aan de goede praktijken bij het vervaardigen (GMP).

[1] Richtlijn 98/58/EG van de Raad inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren (PB L 221 van 8.8.1998, blz. 23).

[2] http://www.oie.int/index.php?id=169&L=0&htmfile=chapitre_aw_research_education.htm