Vragen over de afschot van beren en wolven in Roemenië

Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Commissie
Artikel 130 van het Reglement
Anja Hazekamp

Volgens berichtgeving wil Roemenië substantiële aantallen bruine beren en wolven laten afschieten door jagers en lokale autoriteiten [1]. Beide diersoorten staan vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en in bijlage II van de Bern Conventie als diersoorten die strikt moeten worden beschermd en die niet verstoord of gedood mogen worden.

Experts en natuurorganisaties hebben hun zorgen geuit over het afschieten van beren en wolven in Roemenië [2]. Volgens hen komen de populaties hierdoor in gevaar en verstoort de jacht deze populaties zodanig dat eventuele problemen alleen maar worden vergroot.

1) Deelt de Commissie de mening dat het doden van beren en wolven in Roemenië afbreuk doet aan het streven om populaties van deze dieren in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan?

2) In hoeverre heeft Roemenië aangetoond dat er geen alternatieve bevredigende oplossingen bestaan in plaats van deze dieren te doden; welke preventieve maatregelen, zoals het voorkomen van verstoring van de diersoorten in hun natuurlijke leefomgeving, hebben de Roemeense autoriteiten genomen?

3) Wat gaat de Commissie doen om het doden van wolven en beren in Roemenië te voorkomen, dan wel zo snel mogelijk te stoppen?

[1] https://www.rte.ie/news/2017/0904/902154-romania-bears-wolves/

[2] https://www.plantbasednews.org/post/romania-will-resume-throphy-hunting-due-to-animals-being-a-nuisance

Antwoorden

NL

E-005978/2017

Antwoord van de heer Vella

namens de Commissie

(3.11.2017)

De bruine beer (Ursus arctos) en de wolf (Canis lupus) zijn als beschermde diersoorten opgenomen in de bijlagen II en IV bij Richtlijn 92/43/EEG (habitatrichtlijn)[1]. Dit betekent dat het opzettelijk vangen of doden van in het wild levende specimens van die soorten verboden is, evenals het opzettelijk verstoren ervan. Het is de lidstaten echter toegestaan om onder de in artikel 16 gestelde voorwaarden af te wijken van de strikte beschermingsbepalingen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat en op voorwaarde dat de afwijking geen afbreuk doet aan het streven de populaties van de betrokken soort in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Dit houdt ook in dat het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk is om op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, door de bevoegde nationale instanties vastgesteld aantal van bepaalde specimens van de in bijlage IV genoemde soorten te vangen of in bezit te hebben.

Volgens de laatste beoordeling die in het kader van de verslaglegging overeenkomstig artikel 17 van de richtlijn door de Roemeense autoriteiten is verstrekt, verkeren beide soorten in Roemenië in een gunstige staat van instandhouding. De Roemeense autoriteiten hebben een systeem ingesteld op grond waarvan in deze omstandigheden van de strikte beschermingsbepalingen mag worden afgeweken.

De lidstaten zijn niet verplicht om vooraf aan de Commissie verslag te doen. Overeenkomstig artikel 16, lid 2, van de richtlijn brengen zij om de twee jaar verslag uit over de toegestane afwijkingen. Uit hoofde van artikel 16, lid 3, moet in het verslag onder andere worden vermeld om welke reden de afwijking is toegestaan, met in voorkomend geval een opgave van de alternatieve oplossingen die niet zijn gekozen en van de gebruikte wetenschappelijke gegevens.

Op grond van de gunstige staat van instandhouding van de beren- en wolvenpopulaties in Roemenië en andere beschikbare informatie ziet de Commissie op dit moment geen reden om maatregelen te nemen.

[1]     Richtlijn 92/43/EEG van de Raad, PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7.