Vragen over commerciële verkoop van eetbare producten van bedreigde noordse vinvissen

Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord aan de Commissie
Artikel 130 van het Reglement
Anja Hazekamp

In de EU worden walvisachtigen (walvissen, dolfijnen en bruinvissen) strikt beschermd krachtens Richtlijn 92/43/EEG van de Raad en Verordening nr. 338/97 van de Raad, die de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES) ten uitvoer legt.

In 2016 is het Secretariaat van CITES besprekingen begonnen met Japan over de bezwaren tegen de aanvoer vanuit zee van eetbare producten van meer dan 1 000 bedreigde vinvissen die op volle zee gevangen zijn en in Japan verhandeld worden, hetgeen een schending vormt van het door CITES vastgestelde verbod op de internationale handel van de in bijlage I vermelde walvissoorten voor overwegend commerciële doeleinden. De EU was niet tevreden over het antwoord van Japan op de informatieverzoeken van het Secretariaat in 2016 en 2017, en heeft tijdens de 69e vergadering van het Permanent Comité van CITES in november en december 2017 voorgesteld dat het Comité handhavingsmaatregelen neemt in de vorm van een schorsing van de handel in noordse vinvissen met bestemming Japan, ingeval dat land nog steeds niet heeft aangetoond dat artikel III, lid 5, CITES in acht genomen wordt.

Welke nadere maatregelen zal de Commissie treffen met de leden van het Permanent Comité van CITES om ervoor te zorgen dat Japan, dat de controle heeft over de verkoop van een beschermde bedreigde soort en de consumptie daarvan actief bevordert, op de 70e vergadering van het Permanent Comité volledig verantwoordelijk wordt gesteld voor de schending van artikel III, lid 5 van CITES?

Antwoorden

NL

E-000816/2018

Antwoord van de heer Vella

namens de Commissie

(9.4.2018)

Volledige uitvoering van de CITES (Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten) is voor de Europese Unie (EU) een prioriteit, zoals blijkt uit het Actieplan van de EU tegen de illegale handel in wilde dieren en planten van 2016[1].

De EU heeft het voortouw genomen om de uitvoering van de overeenkomst door Japan, wat betreft de noordse vinvissen, te stimuleren door het onderwerp zowel bilateraal als in het kader van de CITES aan de orde te stellen. In januari 2016 heeft de Commissie het secretariaat van de CITES geattendeerd op mogelijke problemen met de naleving van de CITES-overeenkomst betreffende de aanvoer van noordse vinvissen vanuit zee naar Japan.

Sedertdien heeft het secretariaat van de CITES tegen Japan een speciale procedure overeenkomstig artikel XIII van de overeenkomst ingeleid. In november 2017 heeft het Permanent Comité van de CITES op de 69e vergadering het secretariaat op uitnodiging van de Japanse regering verzocht overeenkomstig artikel XIII van de overeenkomst een technische missie naar Japan uit te voeren om de wetenschappelijke, administratieve en wettelijke regelingen te beoordelen die de aanvoer vanuit zee van specimens van de populatie van noordse vinvis uit de Noordelijke Stille Oceaan toelaten. In oktober 2018 brengt het secretariaat aan de 70e vergadering van het Permanent Comité verslag uit over zijn bevindingen en aanbevelingen.

De EU heeft in de vergadering van het Permanent Comité over dit onderwerp een actieve rol gespeeld. Het op deze vergadering overeengekomen besluit moet het mogelijk maken te bepalen of de vergunningen voor een dergelijke aanvoer vanuit zee verenigbaar zijn met de CITES-verplichtingen (in het bijzonder met artikel III van de overeenkomst, zoals uitgelegd bij resolutie Conf. 5.10 (Rev. CoP15)).

De Commissie zal deze kwestie in de komende maanden op de voet blijven volgen.

[1]     Zie http://ec.europa.eu/environment/cites/trafficking en.htm