Vragen over "Animal Testing: Addi­tional breeding of animals"


Indiendatum: apr. 2020

Question for written answer to the Commission
Rule 138
Anja Hazekamp

According to the report from the Commission on the Implementation of Directive 2010/63/EU on the protection of animals used for scientific purposes in the Member States of the European Union published on 7 February 2020, 12,597,816 animals additional to the 10.9 million uses of animals reported in the statistics – were bred and killed, but not used in procedures.

This means that in 2017 a total of 23.5 million animals were killed for scientific purposes across the EU.

Could the Commission explain what is being done to reduce the number of animals being bred for scientific purposes but not used?

Indiendatum: apr. 2020
Antwoorddatum: 9 jul. 2020

Antwoord van de heer Sinkevičius
namens de Europese Commissie

Richtlijn 2010/63/EU betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt[1] regelt het fokken van dieren voor wetenschappelijke doeleinden en vereist dat het beginsel van de drie V’s[2] wordt toegepast bij alle activiteiten die onder het toepassingsgebied ervan vallen. De richtlijn is omgezet in nationale wetgeving en de lidstaten zijn verantwoordelijk voor de handhaving ervan.

Om ervoor te zorgen dat er voldoende geschikte dieren beschikbaar zijn om aan de wetenschappelijke vraag te kunnen voldoen, worden er meer dieren gefokt dan gebruikt. Hoewel schommelingen in de vraag het meeste effect hebben op het aantal dieren dat wordt gedood zonder te worden gebruikt, omvat het totale aantal ook de dieren die zijn gedood:

- voor organen/weefsels;

- aan het einde van hun levensduur als fokdier;

- om welzijnsredenen;

- ter bescherming van de gezondheid/wetenschappelijke integriteit van de kolonie, en

- omdat zij niet geschikt blijken voor een beoogd wetenschappelijk doel.

Een goed toezicht op de fokprogramma’s en de systematische toepassing van het beginsel van de drie V’s zijn essentieel om het aantal overtollige dieren tot een minimum te beperken. De Commissie bespreekt dit onderwerp regelmatig met de lidstaten.

Binnen elke vestiging verstrekt een instantie voor dierenwelzijn advies over de drie V’s, en de fokprogramma's moeten in het kader van de nationale inspectiesystemen worden geëvalueerd.

De diensten van de Commissie hebben, in samenwerking met deskundigen uit de lidstaten en de belangrijkste organisaties van belanghebbenden, verschillende richtsnoeren[3] opgesteld waarin efficiënte fokprogramma’s worden uiteengezet vanuit het oogpunt van de fokkers, maar ook vanuit het oogpunt van degenen die toezicht houden op de werkzaamheden (aangewezen dierenartsen, inspecteurs). Zo wordt voor alle belanghebbende partijen de aandacht voortdurend gevestigd op het beperken van het aantal overtollige dieren.

De diensten van de Commissie werken aan richtsnoeren met betrekking tot genetisch gewijzigde dieren. In die richtsnoeren zal verder advies worden verstrekt met betrekking tot het beperken van het aantal overtollige dieren.


[1] PB L 276 van 20.10.2010, blz. 33.

[2] De vervanging, vermindering en verfijning van het gebruik van dieren voor wetenschappelijke doeleinden.

[3] https://ec.europa.eu/environment/chemicals/lab_animals/pubs_guidance_en.htm