Monde­linge vraag over criteria voor het iden­ti­fi­ceren van hormoon­ont­re­ge­lende chemische stoffen


Vraag met verzoek om mondeling antwoord aan de Commissie
Artikel 128 van het Reglement
Nicola Caputo, Pavel Poc, Jo Leinen, Michèle Rivasi, Bart Staes, Soledad Cabezón Ruiz, Renata Briano, Elena Gentile, Pina Picierno, Renato Soru, Giulia Moi, Dario Tamburrano, Eleonora Evi, Marco Affronte, Rosa D'Amato, Barbara Kappel, Eric Andrieu, Nicolas Bay, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Fabio Massimo Castaldo, Laura Agea, Laura Ferrara, Isabella Adinolfi, Tiziana Beghin, Marco Zullo, Marco Valli, Ignazio Corrao, Fredrick Federley, Jana Žitňanská, Jean-Luc Schaffhauser, Patricija Šulin, Daciana Octavia Sârbu, Tibor Szanyi, Ricardo Serrão Santos, Christel Schaldemose, Marc Tarabella, Maria Arena, Nessa Childers, Biljana Borzan, José Blanco López, Iratxe García Pérez, Matt Carthy, Kostas Chrysogonos, Lynn Boylan, Anja Hazekamp, Paloma López Bermejo, Enrico Gasbarra, Alessia Maria Mosca, Mercedes Bresso, Anneli Jäätteenmäki, Martin Häusling, Karin Kadenbach, Sylvie Goddyn, Mireille D'Ornano, Ivan Jakovčić, Pascal Durand, Diane James, Molly Scott Cato, Margrete Auken, Rolandas Paksas, Valentinas Mazuronis, Benedek Jávor, Yannick Jadot, Claudiu Ciprian Tănăsescu

Op 2 februari 2015 publiceerde The Guardian een artikel waarin stond dat wel 31 pesticiden met hormoonontregelende eigenschappen met een waarde van miljarden euro's verboden hadden kunnen worden wegens mogelijke gezondheidsrisico's, als de EU naar aanleiding van een Commissiedocument over chemische stoffen met hormoonanaloge werking niet had stilgezeten, maar verdere actie had ondernomen.

In dit document uit 2013 noemt de Commissie mogelijke criteria voor het identificeren en categoriseren van hormoonontregelende stoffen. Dit zijn chemische stoffen die door wetenschappers in verband worden gebracht met een stijging van het aantal afwijkingen bij foetussen, afwijkingen in voortplantingsorganen en een toename van kanker en onvruchtbaarheid. De vaststelling van criteria voor hormoonontregelende stoffen, waarvoor als wettelijke termijn 13 december 2013 gold, zou het gemakkelijker hebben gemaakt regelgevende maatregelen (zoals een verbod op toxische werkzame stoffen in pesticiden) tegen deze stoffen vast te stellen.

In juli 2013 besloot de Commissie echter met betrekking tot deze criteria een effectbeoordeling te laten verrichten, waardoor de procedure stagneerde.

1. Kan de Commissie uitleggen waarom zij heeft besloten een effectbeoordeling te initiëren, ten gevolge waarvan zij nu niet voldoet aan haar wettelijke verplichting?

2. Waarom is de Commissie van oordeel dat een effectbeoordeling waarin wordt gekeken naar de economische gevolgen van verschillende mogelijke definities een passende manier is om antwoord te krijgen op de wetenschappelijke vraag wat hormoonontregelende stoffen zijn?

3. Hoe zal de Commissie, los van de redenen die zij voor de effectbeoordeling aanvoert, in de effectbeoordeling rekening houden met de voordelen van vermindering van blootstelling aan hormoonontregelende stoffen?

Original text:

On 2 February 2015 The Guardian published an article which reported that ‘as many as 31 endocrine-disrupting pesticides with a value running into billions could have been banned because of potential health risks, if a blocked EU paper on hormone-mimicking chemicals had been acted upon’.

The Commission’s 2013 paper set out possible elements for identifying and categorising endocrine disrupters (EDCs), chemicals that scientists link to a rise in foetal and genital abnormalities, cancer and infertility. The adoption of criteria for EDCs – the legal deadline for which is 13 December 2013 – would have facilitated regulatory action against them, including bans on active substances in pesticides.

However, in July 2013 the Commission decided to launch an impact assessment (IA) on the criteria, which stalled the whole process.

Can the Commission explain why it decided to launch an IA and thus failed to comply with its legal obligation? Why does the Commission consider an IA looking at the economic impacts of different options for definitions to be an appropriate means of answering the scientific question of what constitutes an EDC? Irrespective of the justification for the IA, how will the Commission take into account the benefits of reducing exposure to EDCs in its IA?