Euro­par­le­men­ta­riërs consta­teren opnieuw wets­over­tre­dingen bij dier­trans­porten


Hazekamp dient ruim 200 aanbe­ve­lingen parle­men­taire enquê­te­com­missie in

9 juli 2021

BRUSSEL/KAPIKULE - Tijdens een werkbezoek aan de Bulgaars/Turkse grens hebben Europarlementariërs opnieuw overtredingen geconstateerd bij het vervoeren van Europese dieren naar bestemmingen buiten de EU. Zo werd onvoldoende gezorgd voor water en voedsel. “Runderen kwamen uitgehongerd en dorstig aan bij de Turkse grens, waarna ze nog een lange reis te gaan hadden. We zijn zelf maar hooi gaan kopen voor de dieren,” zegt Europarlementariër Anja Hazekamp (Partij voor de Dieren).

“Dit is de zesde vee-exportplaats op rij die ik bezoek, waar wetsovertredingen en enorm dierenleed aan de orde van de dag zijn,” constateert Hazekamp, die de afgelopen jaren al exporthavens in Slovenië, Kroatië, Spanje, Frankrijk en Roemenië bezocht.

Ook officiële inspecties van de Europese Commissie en onderzoeken van dierenhulporganisaties bevestigen grove en structurele misstanden.

“Dieren worden op onacceptabele wijze vervoerd naar derde landen, waar de EU geen enkele autoriteit heeft. De EU kan het welzijn van deze dieren niet garanderen zodra ze de grens over zijn, terwijl dit volgens de regels wel zou moeten. Een Europawijd verbod op export van levende dieren naar landen buiten de EU is de enige manier om dit dierenleed te stoppen.”

Enquêtecommissie

Naar aanleiding van Hazekamps bevindingen en diverse hoorzittingen in het Europees Parlement met onder meer transporteurs, nationale autoriteiten, boeren, dierenwelzijnsorganisaties en de Europese Commissie, heeft Hazekamp donderdag een reeks aanbevelingen ingediend in haar rol als coördinator en vice-voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie diertransporten.

Jaarlijks exporteert de EU onder barre omstandigheden meer dan 3 miljoen schapen, koeien, biggen en geiten en honderden miljoenen kippen naar landen buiten Europa, waaronder naar Rusland, Afrika en het Midden-Oosten. De kans op hevig dierenleed tijdens transport naar derde landen is groot, zo bevestigen onder meer de Europese Commissie en dierenwelzijnsorganisaties.

Hazekamp beveelt een verbod aan op het exporteren van levende dieren, waarvoor inmiddels ook Nederland, Duitsland en Luxemburg pleiten. Hazekamp wijst erop dat nationale verboden, zoals het Nederlandse en Duitse verbod, momenteel nog omzeild worden, door dieren eerst naar een ander EU-land te exporteren, van waaruit export nog wel is toegestaan. “Alleen met een Europawijd verbod is het mogelijk om deze export te stoppen,” aldus Hazekamp.

"Er zijn op dit moment 78 schepen die in de EU een vergunning hebben voor diertransporten. Dit zijn omgebouwde, gemiddeld 40-jaar oude vrachtschepen, die niet zijn aangepast aan het gedrag en aan de specifieke behoeften van dieren. Het dierenleed tijdens zeetransporten is enorm. Deze transporten moeten onmiddellijk opgeschort worden,” bepleit het parlementslid.

“Zolang er nog geen exportverbod van kracht is, moet in geval van rampen direct de vergunning worden ingetrokken. Ook moet voorkomen worden dat schepen onder een andere naam opnieuw een aanvraag voor een vergunning kunnen indienen, zoals we hebben gezien bij het voormalig schip Al Shuwaikh dat in 2019 nog 70.000 schapen vanuit Roemenië naar het Midden-Oosten vervoerde bij temperaturen van 46 graden, maar inmiddels onder een nieuwe naam een vervoersvergunning heeft aangevraagd onder de naam ‘Bashar One’."

Ongespeend

Hazekamp beveelt verder aan te stoppen met het transporteren van jonge, ongespeende dieren. “Kalfjes van maar 14 dagen oud mogen niet vervoerd worden. Ze zijn nog afhankelijk van hun moedermelk, maar krijgen deze niet toegediend tijdens de rustperiodes terwijl dit wel verplicht is. Bovendien zijn ze niet in staat om gebruik te maken van drinksystemen in vervoersmiddelen. De Europese Commissie en de lidstaten moet vervoer van zulke jonge dieren uitbannen,” aldus Hazekamp.

Toezicht

Hazekamp pleit verder voor cameratoezicht in voertuigen, vooral bij het in- en uitladen van dieren, en voor kortere maximum transporttijden binnen de EU, met een maximum van twee uur. Ook roept ze de EU-lidstaten op om hitteplannen op te stellen en strikter te controleren op het welzijn van dieren. “Zieke, zwakke en hoog drachtige dieren mogen van de wet niet vervoerd worden, maar toch gebeurt dit aan de lopende band. De lidstaten moeten waakzamer zijn en ook chauffeurs moeten sneller melding maken als een dier te ziek is om (verder) vervoerd te worden. Als er sprake is van overtreding van de wetgeving, moet de vergunning van de transporteur worden ingetrokken,” stelt Hazekamp.

Ook de ruwe behandeling van dieren, wanneer ze op transportschepen worden geladen, moet anders vindt Hazekamp. “Dieren worden veeschepen ingedreven met stokken en stroomstootwapens. De laadbrug is vaak onverlicht waardoor dieren instinctief gaan tegensputteren en het extra zwaar te verduren krijgen. De lidstaten moeten laadoperaties beter controleren zolang deze transporten nog plaatsvinden,” aldus Hazekamps aanbeveling.

Stemming

De parlementaire enquêtecommissie stemt in december over Hazekamps en alle andere ingediende aanbevelingen, waarna de enquêtecommissie een officieel advies uitbrengt aan de 27 EU-lidstaten en aan de Europese Commissie. Die laatste heeft na jarenlang aandringen aangekondigd de regels voor diertransporten in 2023 te herzien.

---

Bijlage:

- Anja Hazekamps aanbevelingen voor de parlementaire enquêtecommissie diertransporten (1, 2)