Bijdrage visse­rij­com­missie tijdens debat over meer­ja­renplan voor de kabeljauw-, haring- en sprot­be­standen in de Oostzee


22 januari 2015

Anja Hazekamp (PvdD): Dank u wel voorzitter. Ik maak me toch wel wat zorgen over dit rapport. Als je ziet dat een van de doelstellingen is om mariene ecosystemen te beschermen, dan kijk ik als bioloog toch iets anders tegen het begrip ‘maximum sustainable yield’ aan dan velen van u hier aanwezig. Ik zie namelijk vaak dat het op gespannen voet staat met het voorzorgsbeginsel.

We weten allemaal dat de toestand van de Oostzee op dit moment al deplorabel is. Het ecosysteem gaat zwaar gebukt onder allerlei zaken die wij veroorzaakt hebben, zoals vervuiling, de invloed van meststoffen, en ook de overbevissing.

Aan de ene kant denk ik dat het rapport goede handvaten biedt om daar iets tegen te doen. Maar als we bijvoorbeeld kijken naar gegevens over de haringen in de Botnische baai - die ontbreken - dan vind ik het extrapoleren, het uitbreiden naar de haring als geheel in de hele Oostzee, erg dubieus en zorgwekkend. Ik denk ook niet dat dat in lijn is met het voorzorgsbeginsel.

We hoorden zojuist van een collega mogelijk goed nieuws voor de kabeljauw. Daar tegenover staat ook wat slecht nieuws, zoals dat er in de Oostzee behoorlijke oppervlakten dode zones bestaan. Dat komt niet door de visserij, maar wordt veroorzaakt door meststoffen. Zeven van de tien grootste dode zones in de wereld bevinden zich in de Oostzee. Als we kijken naar de positieve effecten van het klimaat en het milieu op de Oostzee, dan denk ik dat dit ook een punt is dat we mee zouden moeten nemen. Dank u wel.

Word lid

    Word lid Doneer