Bijdrage visse­rij­com­missie over een meer­ja­renplan voor kabeljauw, haring en sprot in de Oostzee


24 februari 2015

Anja Hazekamp (PvdD): Dank u wel voorzitter. Ondanks de goede intenties van dit voorstel, zoals de verwijzing naar het voorzorgsbeginsel en de keuze voor een ecosysteembenadering, heb ik grote moeite met dit plan. De aanpassingen die worden voorgesteld door de rapporteur Wałęsa, waarvoor mijn dank, nemen de zorgen die ik heb ook niet weg. We hebben het hier over een ecosysteem dat zwaar te lijden heeft gehad onder ecologische plundering, overbevissing en milieuvervuiling. We vinden zeven van de tien grootste dode zones ter wereld, mede dankzij de intensieve veehouderij, in de Oostzee. Zeven van de tien dode zones!

De vispopulaties zijn extreem kwetsbaar en de belangrijkste soort, de kabeljauw, staat zelfs op de lijst van bedreigde diersoorten. De wetenschappelijke kennis over de populatie, de rapporteur noemde het al, is gebrekkig. Het desondanks doorgaan met dit voorstel en doorgaan met vissen, is onverantwoord. Het is wat mij betreft ook strijdig met het voorzorgsbeginsel dat in het rapport wel genoemd wordt.

Instelling van een moratorium zou eerder op zijn plaats zijn. Juist in zo'n kwetsbaar systeem is het belangrijk dat we ook voor de toekomst, en toekomstige generaties, iets overhouden. Nu snap ik dat voor veel aanwezigen hier een moratorium of een visverbod misschien te ver gaat, maar op zijn minst zouden visserijvrije zones ingesteld kunnen worden. Dergelijke maatregelen zien we in het voorstel niet terug.

De bescherming van de kabeljauw in de paaitijd is iets wat ik echt toejuich, maar ik maak me - zeker ook weer vanwege het gebrek aan gegevens - zorgen over de ruimhartige uitzonderingen die de rapporteur maakt voor de kleinschalige visserij. Ik zou toch graag wat beter in kaart hebben wat dat voor gevolgen gaat hebben. De opname van andere soorten zoals schol, tarbot, griet - dat deze ook onderdeel uitmaken van dit programma - dat kan ik alleen maar toejuichen. In tegenstelling tot de rapporteur zie ik dit juist als een groot voordeel omdat het een ecosysteembenadering benadrukt. Het ecosysteem bestaat nu eenmaal uit veel meer soorten dan alleen maar kabeljauw, haring en sprot.

Voorzitter. Ik vind het verder zeer bezwaarlijk dat er uitzonderingen gemaakt worden voor de aanlanding van bijvangst voor tot 30 kilo ondermaatse vis. Hiermee wordt een afzetmarkt gecreëerd voor bijvangst, terwijl het juist de bedoeling was van de aanlandingsplicht om de bijvangst van jonge dieren terug te dringen. In plaats van het stimuleren van bijvangst, door het vermarkten van deze dieren, zou ik veel meer willen inzetten op selectieve visserijmethoden.

Tot slot, voorzitter. Waarom die haast? Wij hebben geen haast, de vissen in de Oostzee hebben ook geen haast. Wachten op data dus, in plaats van overhaaste onverantwoorde besluiten, want dat zou tot onomkeerbare problemen kunnen leiden.

Word lid

    Word lid Doneer