Bijdrage visse­rij­com­missie over een meer­ja­renplan voor de Noordzee (2)


25 januari 2017

Anja Hazekamp (PvdD): Dank u wel voorzitter. Laat ik beginnen met een paar opmerkingen over wat anderen hebben gezegd. Allereerst de rapporteur. Ik ben het helemaal met haar eens dat we moeten oppassen dat de laatste wetenschappelijke inzichten - en zeker ook zogenaamde wetenschappelijke bewijzen - niet worden misbruikt in de Noordzee.

Verder kan ik zeggen dat ik het jammer vind dat Artikel 9 uit het rapport vrijblijvend is. Het maakt alleen beschermingszones mogelijk op het moment dat het al heel erg slecht gaat met vispopulaties. Ik pleit daarom voor permanente beschermingsgebieden bij paaigronden. Ik zou graag van de Commissie willen weten wanneer ze deze beschermde zeereservaten zal gaan benoemen, zoals ook is beschreven in Artikel 8 van het visserijbeleid.

Dat brengt mij bij de derde opmerking, die gemaakt is door meneer Van Dalen. Ik ben het met hem eens dat met dit plan, zoals het nu op tafel ligt, er meer 'choke' species bij zullen komen. Wat mij betreft komt dat niet door een andere benadering, maar domweg door het toestaan van overbevissing. Als bioloog kan ik nog wel een keer met de heer Van Dalen in debat over de voedselpiramide en 'the big five' zoals hij dat noemt, de toppredatoren. Als die gereguleerd worden, is het niet zo dat de rest van de piramide blijft bestaan. Die top is afhankelijk van het voedsel, van de onderste laag.

Ik kan nog wel een aantal concrete punten noemen, maar ik wil eigenlijk een meer fundamentele reactie geven. Voorzitter, er is een spreekwoord; en ik neem aan dat die in vrijwel alle talen hetzelfde is: je geeft ze een vinger, en ze nemen je hele hand. Dat spreekwoord vat in een zin samen hoe het meerjarenvisserijbeleid hier tot stand komt. De eerste vinger werd door de meeste collega's hier gegeven tijdens de totstandkoming van het meerjarenplan voor de Oostzee. Het doel van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid, om overbevissing uiterlijk 2020 te stoppen, werd overboord gezet. Met kunst- en vliegwerk werden zogenaamde ranges vastgesteld om toch boven FMSY te blijven vissen. Overbevissing dus, ook na 2020.

Al snel daarop, pakte de Raad de tweede vinger. De vangstquota voor de Oostzee werden nog ruimer vastgesteld dan het verzwakte Oostzeeplan al toelaat.

En nu, nog geen vier jaar nadat het Gemeenschappelijk Visserijbeleid is afgesproken, vragen visserijlobbyisten en met hun ook een aantal Europarlementariërs, om nog meer. Ze vragen om de hele hand. Er wordt druk gelobbied om de ranges, die nu ineens algemeen geaccepteerd lijken, nóg verder op te rekken. Er wordt gelobbied om nóg meer te overbevissen. En dit alles onder het mom van flexibiliteit. Alles wordt uit de kast gehaald om onze oceanen en zeeën nog verder te plunderen. Duurzaamheidseisen staan er nog slechts bij voor de sier.

Collega's, ik denk dat het niet lang meer duurt voordat de visserijsector en de Raad om allebei de handen vragen. Twee handen, om het Gemeenschappelijk Visserijbeleid definitief aan stukken te scheuren. Ik vraag me af of dat de bedoeling is geweest van mevrouw Rodust [de rapporteur], toen ze in 2013 aan de basis stond van dit CFP. Dank u wel.

Word lid

    Word lid Doneer