Bijdrage visse­rij­com­missie over de sluiting van een visse­rij­over­een­komst met Kaap­verdië


30 maart 2015

Anja Hazekamp (PvdD): Dank u wel voorzitter. We hebben het hier opnieuw over een plan waarbij gesubsidieerde industriële Europese vissersboten kwetsbare en zelfs ernstig bedreigde vissoorten mogen vangen voor de kust van een arm land. Dit keer Kaapverdië.

Het ziet er naar uit dat dit plan weer zal leiden tot een plundering van onder meer haaien, en zoals beoogd ook tonijnen. Er wordt geen maximum gesteld aan de vangsten. Vangen de boten meer dan ze verwachten, dan wordt het resterende bedrag achteraf gegireerd. Bijvangst mag gewoon overboord gegooid worden.

En dit alles wordt door de Commissie gepresenteerd als een vorm van ontwikkelingshulp en het wegvangen van een surplus - hoe de Commissie in het kader van bedreigde diersoorten kan spreken van een 'surplus' is mij überhaupt een raadsel.

Voorzitter, de werkelijkheid is anders. De Berlin School of Economics and Law heeft in 2012 de Europese visserijactiviteiten in Kaapverdië onder de loep genomen, en kwam met vernietigende conclusies.

Om te beginnen bleek volgens de onderzoekers uit gesprekken met lokale vissers dat de Europese vloot veel méér vangt dan alleen een surplus. En sinds het begin van de visserijovereenkomsten in de jaren '90 is de tonijnvangst in Kaapverdië achteruit gegaan en bleef er steeds minder vis over voor de lokale bevolking.

Alle pogingen van de Europese Unie om de illegale visserij in te dammen hebben tot nu toe gefaald. Volgens het onderzoek hebben de visserijsubsidies met name bijgedragen aan méér overbevissing in deze regio. De auteur van de studie concludeert zelfs dat de partnerschapsovereenkomsten de naam 'partnerschap' niet waard zijn.

Dit zijn toch wel behoorlijk vernietigende conclusies, en als we het nieuwe plan van de Commissie daarnaast leggen dan lijkt het alsof ze niet zoveel geleerd hebben van het verleden. Commerciële belangen voeren de boventoon en mensen en dieren delven hier het onderspit.

Voorzitter. De controle op de schepen is in handen van de Kaapverdische autoriteiten. Er zijn al meerdere collega's die daar over gesproken hebben, maar het zou ook mij zeer verbazen als zij in deze taak kunnen voorzien. Voor het merendeel van de afgelopen jaren beschikten de Kaapverdische controle-instanties over welgeteld één controleboot. Kan de Commissie aangeven hoeveel controles er onder het vorige akkoord zijn uitgevoerd, en wat dat heeft opgeleverd?

Tot slot. De rapporteur spreekt over een aantal aanpassingen om de bijvangsten te verminderen. Hij noemt onder meer het verlagen van het aantal longlines. De vermindering van longlines is op zich een goed idee, wat mij betreft mag dat helemaal naar 0. Maar als je kijkt naar de daadwerkelijke vermindering en naar het stadium waarin dat zal gebeuren, dan lijkt dat een heel mager en dun doekje voor het bloeden. Dank u wel.

Word lid

    Word lid Doneer