Bijdrage plenaire vergadering over beschermingsmaatregelen voor tonijn en aanverwante soorten

Anja Hazekamp (PvdD): We spreken vandaag over beschermingsmaatregelen voor tonijn en aanverwante soorten. Veel tonijnsoorten, zoals de geelvintonijn en de grootoogtonijn, worden nog steeds bedreigd door overbevissing. Voor een aantal andere soorten bestaat er nog steeds grote wetenschappelijke onzekerheid.

In november vindt de jaarlijkse vergadering van de Internationale Commissie voor de Instandhouding van de Atlantische Tonijn (ICCAT) plaats. Ik wil de commissaris op het hart drukken om het voorzorgsbeginsel ter harte te nemen en dit ook uit te dragen tijdens deze aankomende ICCAT-vergadering.

Minimale tekenen van herstel, zoals we bijvoorbeeld bij de blauwvintonijn zien, zijn geen excuus om de visserijdruk nu al weer veel groter te maken. De blauwvintonijn staat nog steeds op de rode lijst van bedreigde diersoorten. Ik vind het dan ook onverantwoord dat de rapporteur in de toelichting van dit verslag alweer vooruitloopt en pleit voor meer vangst van blauwvintonijn. Temeer omdat het opschroeven van de quota voor tonijn niet alleen de blauwvintonijn zélf in gevaar brengt, maar ook andere kwetsbare diersoorten, zoals de zwaardvis en de marlijn. En die laatste willen we nou juist beschermen met deze regelgeving.

Dit verslag van de visserijcommissie bevat verschillende voorstellen die veel minder ver gaan dan de Europese Commissie voorstelde. Ze beschermen het ecosysteem veel minder. De Europese Commissie wilde bijvoorbeeld een verkleining van de vissersvloot voor grootoogtonijn, of deze in elk geval niet verder uitbreiden. De rapporteur wil die verkleining laten varen omdat die niet strikt verplicht zou zijn. Maar het is geen schande om iets meer ambitie te tonen.

Tot slot het verkoopverbod voor witte en blauwe marlijnen die boven quotum zijn gevangen. Ze zijn overbevist en de status van deze vissoorten is kwetsbaar. Niet voor niets zijn er nauwelijks vangstmogelijkheden ingesteld. De visserijcommissie stelt nu voor om marlijnen niet mee te tellen als ze boven quotum worden gevangen en aangeland. De dieren zouden bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden voor wetenschappelijk onderzoek. Voor sommigen komt het misschien als een verrassing, maar een vis die is gedood en aangeland, ontbreekt uit het ecosysteem, of je hem nu meetelt of niet. En of je hem nu opeet of onderzoekt: overbevissing wordt niet gestopt door gedode vissen maar even niet mee te tellen. Overbevissing wordt gestopt door minder of zelfs niet te vissen.

En voorts ben ik van mening dat de Europese landbouw- en visserijsubsidies moeten worden afgeschaft.