Vragen over de noodzaak om tijdens G20-bijeen­komsten op te roepen tot een wereldwijd verbod op de handel in wilde dieren


Indiendatum: 19 nov. 2020

Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord E-006315/2020/rev.2
aan de Commissie
Artikel 138 van het Reglement
Anja Hazekamp (The Left)

Op 21 en 22 november 2020 zijn de wereldleiders bijeengekomen voor de G20-top. De EU werd hierbij vertegenwoordigd door de voorzitter van de Commissie en de voorzitter van de Europese Raad.

In de aanloop naar deze bijeenkomst hebben meer dan een miljoen mensen een petitie ondertekend waarin zij de wereldleiders oproepen om de wereldwijde handel in wilde dieren voorgoed te beëindigen en daarmee onze gezondheid te beschermen en een einde te maken aan het lijden van wilde dieren.

In de hele wereld worden wilde dieren gestroopt of gekweekt en verkocht om gebruikt te worden als voedsel, huisdier, voor vermaak of in traditioneel geneesmiddelen. Dagelijks worden duizenden wilde dieren het slachtoffer van dergelijke praktijken. Dit is niet alleen dierenmishandeling, maar vormt ook een gevaar voor de volksgezondheid vanwege het risico op het ontstaan van zoönosen, zoals COVID-19, en is desastreus voor kwetsbare ecosystemen.

1. Erkent de Commissie dat een mondiaal verbod op de handel in wilde dieren een noodzakelijke stap is om nieuwe pandemieën te voorkomen, en heeft zij dit onderwerp tijdens de G20-top aangekaart?

2. Is de Commissie bereid om tijdens de volgende G20-bijeenkomsten en bij andere gelegenheden te pleiten voor een wereldwijd verbod op de handel in wilde dieren, en welke andere preventieve maatregelen overweegt de Commissie om uitbraken van nieuwe zoönosen te voorkomen?

Indiendatum: 19 nov. 2020
Antwoorddatum: 20 apr. 2021

Antwoord van de heer Sinkevičius
namens de Europese Commissie

De handel in wilde dieren is een van de factoren waarmee rekening gehouden moet worden in het kader van het voorkomen van de uitbraak van zoönosen die tot een pandemie kunnen uitgroeien. Sommige vormen van handel en sommige groepen soorten kunnen verschillende risico's met zich meebrengen. Die risico's worden verminderd wanneer de handel in overeenkomst met de internationale gezondheidsnormen plaatsvindt en wanneer dergelijke normen bestaan. Bij de illegale handel in wilde dieren zijn de gezondheidsrisico's hoger wegens het gebrek aan traceerbaarheid en wegens de omstandigheden waarin de dieren gehouden en vervoerd worden.

Een wereldwijd verbod op alle vormen van handel in wilde dieren lijkt dus niet in verhouding te staan tot de gezondheidsrisico's in kwestie en wordt door de Commissie niet bepleit. Het is ook hoogst onwaarschijnlijk zijn dat er binnen de G20 overeenstemming bereikt zou worden over een dergelijk voorstel, aangezien een aanzienlijk aantal landen voor het levensonderhoud van de bevolking afhankelijk is van legale, veilige en duurzame handel in wilde dieren.

De Commissie zal, wat preventieve maatregelen betreft, de “één gezondheid”-benadering blijven volgen, onder meer door een groot aantal EU-regels toe te passen die met name bedoeld zijn om de verspreiding van dierziekten en zoönosen te voorkomen. Zij zal ook het actieplan van de EU tegen de illegale handel in wilde dieren herzien en zal overwegen de coördinatie- en onderzoekscapaciteit van het Europees Bureau voor fraudebestrijding te versterken. Op internationaal niveau blijft de Commissie samenwerken met de geschikte normalisatieorganisaties bij het aanpakken van bekende of nieuwe dierziekten en zoönosen. Een betere bescherming van natuurlijke ecosystemen zal, in combinatie met inspanningen om de handel in en de consumptie van wilde dieren en planten te beperken, ook helpen bij het voorkomen en opbouwen van weerbaarheid tegen mogelijke toekomstige ziekten en pandemieën.