Opinie: Niet genoeg voor ieders hebzucht


13 mei 2014

Gepubliceerd in Reformatorisch Dagblad op 13 mei 2014

Politiek draait om de waan van de dag, zo lijkt het. Hoe staat het met de achterliggende visie? In de aanloop naar de Europese verkiezingen geven politieke denkers hun kijk op de bestemming, problematiek en hoop van de mens. Vandaag deel 5, door Anja Hazekamp en Karen Soeters namens de Partij voor de Dieren.

Het leven op aarde manifesteert zich in tal van vormen. Het aantal diersoorten bedraagt al meer dan 1 miljoen. Iedere levensvorm tracht zichzelf optimaal in stand te houden, ook als dat ten koste gaat van andere levensvormen. Alle levensvormen maken deel uit van het wereldwijde ecosysteem, dat zich van oorsprong in een natuurlijk, dynamisch evenwicht bevindt. Het leven op aarde is daardoor geen vredig paradijs, maar een permanente strijd die bij alle betrokkenen leed veroorzaakt, tot aan de dood toe.

De mens heeft echter de unieke mogelijkheid tot het maken van moreel-ethische afwegingen, en is hierdoor in staat om met andere levensvormen in een harmonieuze omgang te verkeren, zonder schade te berokkenen. Respect voor de integriteit van alle levensvormen op aarde vormt de basis voor een meer vreedzame wijze waarop mensen met elkaar, met de dieren en met de natuur in het algemeen kunnen omgaan. Veel wereldreligies zien hierin een ideaalbeeld. Het geluk van de mens wordt mede bepaald door de harmonie met zijn leefomgeving.

Belangen
Respect voor het leven is onder mensen onvoldoende ontwikkeld. De mens is in staat zijn eigen belangen ten koste van andere levensvormen intensiever en grootschaliger te behartigen dan welk ander levend wezen ook. Daardoor verdwijnen in hoog tempo natuurgebieden, sterven diersoorten uit, wordt het mondiale ecosysteem zwaar belast en ontwricht, en wordt zelfs het leven op aarde bedreigd.

Het is moreel onacceptabel dat de mens de natuur zo intensief exploiteert dat hierdoor de leefomstandigheden op aarde dramatisch veranderen en de biotoop van de mens zelf en van andere levensvormen verslechtert, kleiner wordt of zelfs verdwijnt. Toekomstige generaties zullen met de gevolgen hiervan nog meer geconfronteerd worden dan de huidige generatie.

Het is daarom van groot belang dat de mens zichzelf ecologische beperkingen oplegt. Alleen al het verlies aan biodiversiteit wordt voor 30 procent veroorzaakt door de veehouderij. We zullen het gebruik van ruimte, grondstoffen, energie, planten en dieren drastisch moeten beperken. Recent onderzoek van de universiteit van Minnesota leert dat met het huidig landbouwareaal 11 miljard mensen gevoed zouden kunnen worden, wanneer we de akkerbouwgewassen niet meer omzetten in veevoer en biobrandstof.

Respect en mededogen in de omgang met dieren behoren een aparte doelstelling te vormen, ook uit (over)levensbelang voor de mens zelf. Wreedheden tegen door de mens gehouden dieren moeten worden voorkomen en jacht- en vismethoden die extreem, langdurig of onnodig lijden veroorzaken, dienen te worden verboden.

De aarde biedt genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht.

Dieren moeten als zwakste bewoners van onze planeet met respect behandeld worden. Maar niet alleen dat. Het zonder noodzaak doden van een dier en elke beslissing die hiertoe leidt, kan als een misdaad tegen het leven gekwalificeerd worden. Plezierjacht en de sportvisserij moeten om die reden afgewezen worden, dierproeven moeten vervangen worden door alternatieven zonder dieren.

Dieren worden nog te vaak slechts als object beschouwd dat altijd ondergeschikt is aan de belangen van de mens en voor al die belangen gebruikt mag worden. De exploitatie van dieren en van hun biotoop heeft, ook al vindt die op een duurzame wijze plaats, onvermijdelijk negatieve gevolgen voor de dieren en eindigt meestal zelfs met hun dood.

Afweging
Bij iedere vorm van omgang met en gebruik van dieren moet daarom steeds een zorgvuldige afweging plaatsvinden tussen de zwaarte van de menselijke belangen en de gevolgen voor het dier. Naarmate het menselijk belang minder noodzakelijk is en de gevolgen voor de dieren schadelijker zijn, vermindert de morele rechtvaardiging om hun welzijn te schaden.

Het gebruik van dieren voor niet-vitale belangen van mensen kan met deze benadering worden teruggedrongen en uitgebannen. Natuurlijk geldt dat voor bontproductie, het circus, stierenvechten, hengelen en andere dieronvriendelijke vormen van vermaak met dieren. Godsdienstige en culturele tradities die dieren in hun welzijn aantasten, moeten zich op dit punt vernieuwen. Tradities zijn immers geen onveranderlijke verschijnselen, maar kunnen zich in de loop der tijd aan de nieuwe opvattingen en morele normen van mensen aanpassen.

Ook bij het gebruik van proefdieren en van dieren voor menselijke consumptie dient steeds de ethische afweging van de verschillende belangen van mens en dier plaats te vinden. Hierbij moet ook de toepassing van alternatieven voor dierlijke producten de volle aandacht krijgen. De ontwikkeling en toepassing van deze alternatieven kan daarom ook als een ethische noodzaak voor de mensheid beschouwd worden.

Integriteit
Een zorgvuldige, liefdevolle omgang met de natuur en de dieren houdt ten slotte ook in dat aan mensen respect voor hun lichamelijke en mentale integriteit in de ruimste zin des woords wordt betoond. Daarom moet de politiek voorwaarden creëren waaronder de mens in vrijheid en zonder onderdrukking en geweld kan leven en zich kan ontwikkelen. Hierbij dient de mens wel rekening te houden met zijn medeschepselen. Zijn vrijheid houdt op waar die van de ander in het gedrang komt.

Helaas is daar te weinig oog voor, waardoor de aarde zucht onder tal van crises. Variërend van bankencrisis tot monetaire crisis, van wereldvoedselcrisis tot biodiversiteitscrisis, van grondstofcrisis tot klimaatcrisis.

Die crises zullen in samenhang moeten worden opgelost. Letterlijk als keerpunt moeten worden aangewend. Juist in kringen waar gesproken wordt over een nieuwe aarde waar wolven en lammeren samen geweid zullen worden, waar panters zich neervlijen bij een bokje, waar kalf en leeuw samen weiden, waar koeien en beren vriendschap sluiten, waar leeuw en rund beide stro eten en niemand kwaad doet of onheil sticht, mag verwacht worden dat er nu al aan dat ideaal gebouwd wordt.

In die zin is het bevreemdend dat juist de confessionele politiek zich nog altijd opstelt als pleitbezorger van de intensieve veehouderij, die in ons kleine land zorgt voor een mestproductie van 70 miljard kilo per jaar, grootscheepse fraude in de vleesverwerking en een ten hemel schreiende omgang met dieren- en mensenbelangen, zoals recent weer bleek uit de rapportage van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid.

Politiek draait om idealen, meer dan om akkoorden en compromissen. In dat opzicht neemt de Partij voor de Dieren een unieke positie in door als eerste politieke partij ter wereld niet de kortetermijnbelangen van mensen centraal te stellen, maar het algemeen belang van alle bewoners van onze planeet.

Anja Hazekamp, lijsttrekker verkiezingen Europees Parlement Partij voor de Dieren

Karen Soeters, directeur van de Nicolaas G. Pierson Foundation

Doe mee met de Partij voor de Dieren!

    Doe mee