Ontwerp­re­so­lutie over het verplicht gebruik van geva­li­deerde alter­na­tieven voor dier­proeven


10 december 2015

ONTWERPRESOLUTIE

ingediend overeenkomstig artikel 133 van het Reglement

over het verplicht gebruik van gevalideerde alternatieven voor dierproeven

Stefan Eck, Anja Hazekamp

B8-1429/2015

Het Europees Parlement,

– gezien artikel 133 van zijn Reglement,

A. overwegende dat op grond van Richtlijn 2010/63/EU betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt jaarlijks meer dan 12 miljoen dieren worden opgeofferd voor wetenschappelijk onderzoek, toxicologische tests en productie- en kwaliteitscontrole in de menselijke en diergeneeskunde;

B. overwegende dat wetenschappers nochtans hebben aangetoond dat dierproeven pijn en lijden veroorzaken en vanuit wetenschappelijk oogpunt onbetrouwbaar zijn, aangezien één bepaalde soort niet als model kan dienen voor een andere soort;

C. overwegende dat de Europese Unie zich voor dierproeven baseert op het beginsel van de 3 V's – vermindering, verfijning en vervanging – en overwegende dat dit beginsel horizontaal versterkt moet worden;

D. overwegende dat er betrouwbare alternatieven zijn voor dierproeven, die gevalideerd zijn door het European Union Reference Laboratory for Alternatives to Animal Testing (EURL ECVAM), maar die toch niet algemeen aanvaard worden door bedrijven en onderzoekers;

1. roept de Commissie op om, in samenwerking met de lidstaten en de belanghebbende partijen, de validatie sneller te doen verlopen, en het gebruik van gevalideerde alternatieven voor dierproeven te verplichten, met als doel het aantal dierproeven in de Europese Unie aanzienlijk te verminderen en tot nul te reduceren, waardoor meer pijn en lijden van dieren voorkomen kunnen worden.