Geza­men­lijke ontwerp­re­so­lutie over de invoering van compa­tibele systemen voor de regi­stratie van gezel­schaps­dieren in de lidstaten


23 februari 2016

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE

ingediend overeenkomstig artikel 123, leden 2 en 4, van het Reglement
ter vervanging van de ontwerpresoluties ingediend door de fracties:
ALDE (B8-0251/2016)
S&D (B8-0252/2016)
GUE/NGL (B8-0253/2016)
PPE, ECR (B8-0254/2016)

over de invoering van compatibele systemen voor de registratie van gezelschapsdieren in de lidstaten (2016/2540(RSP))

Renate Sommer namens de PPE-Fractie
Paul Brannen namens de S&D-Fractie
Julie Girling, Janusz Wojciechowski namens de ECR-Fractie
Jasenko Selimovic namens de ALDE-Fractie
Anja Hazekamp, Stefan Eck, Marisa Matias namens de GUE/NGL-Fractie
Keith Taylor namens de Verts/ALE-Fractie
Giulia Moi, Marco Zullo, Laura Ferrara, Fabio Massimo Castaldo, Isabella Adinolfi

Het Europees Parlement,

– gezien de verklaring van de Commissie van 4 februari 2016 over de invoering van compatibele systemen voor de registratie van gezelschapsdieren in de lidstaten,

– gezien artikel 43 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) over de werking van het gemeenschappelijk landbouwbeleid,

– gezien artikel 114 VWEU over de instelling en de werking van de interne markt,

– gezien artikel 168, lid 4, onder b), VWEU over maatregelen op veterinair en fytosanitair gebied,

– gezien artikel 169 VWEU over maatregelen betreffende de consumentenbescherming,

– gezien artikel 13 VWEU, waarin is vastgelegd dat bij het formuleren en uitvoeren van het beleid van de Unie door de Unie en de lidstaten ten volle rekening moet worden gehouden met de vereisten inzake het welzijn van dieren, aangezien zij wezens met gevoel zijn,

– gezien Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren, en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 577/2013 van de Commissie van 28 juni 2013 inzake de modelidentificatiedocumenten voor het niet-commerciële verkeer van honden, katten en fretten, de vaststelling van de lijsten van derde landen en gebieden en de voorschriften betreffende de vorm, de opmaak en de taal van de verklaringen ten bewijze van de naleving van bepaalde voorwaarden die zijn vastgelegd in Verordening (EU) nr. 576/2013,

– gezien Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt,

– gezien zijn resolutie van 15 april 2014 over het voorstel voor een verordening betreffende de diergezondheid(1),

– gezien de conclusies van de 3 050e bijeenkomst van de Landbouw- en Visserijraad van 29 november 2010 inzake het welzijn van honden en katten,

– gezien Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer,

– gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 792/2012 van de Commissie tot vaststelling van voorschriften voor het ontwerp van de vergunningen, certificaten en andere documenten waarin Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer voorziet,

– gezien zijn resolutie van 19 mei 2015 over veiligere gezondheidszorg in Europa: verbetering van de patiëntveiligheid en bestrijding van antimicrobiële resistentie(2),

– gezien de conclusies van de studie van de Companion Animal Multisectorial InterprofessionaL Interdisciplinary Strategic Think Tank on Zoonoses (CALLISTO),

– gezien de eerste resultaten van de EU-studie over bij handelspraktijken betrokken honden en katten, die is uitgevoerd in 12 lidstaten in opvolging van de aan Verordening (EU) nr. 576/2013 gehechte verklaring van de Commissie,

– gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Commissie een studie heeft gefinancierd over het welzijn van honden en katten die bij handelspraktijken betrokken zijn;

B. overwegende dat niet-gouvernementele organisaties, wetshandhavingsdiensten, bevoegde autoriteiten en dierenartsen hebben aangetoond dat de illegale handel in gezelschapsdieren toeneemt en dat daarbij op grote schaal misbruik wordt gemaakt van de reisregeling voor gezelschapsdieren, controles worden ontweken en documenten worden vervalst;

C. overwegende dat de illegale handel in gezelschapsdieren, met inbegrip van wilde en exotische dieren, volgens niet-gouvernementele organisaties, wetshandhavingsdiensten en bevoegde autoriteiten verband houdt met zware en georganiseerde misdaad;

D. overwegende dat er ondanks recente verbeteringen nog steeds belangrijke punten van zorg zijn in verband met de informatie in paspoorten voor gezelschapsdieren, met name ten aanzien van de wijze waarop kan worden bewezen dat de opgegeven leeftijd van een dier correct is;

E. overwegende dat gezelschapsdieren die illegaal worden verhandeld, vaak slecht gefokt zijn, nauwelijks gesocialiseerd zijn en een groter risico op ziekten lopen, en overwegende dat 70 % van de nieuwe ziekten die de laatste decennia bij de mens zijn opgedoken van dierlijke oorsprong zijn en dat dieren die gewoonlijk als gezelschapsdieren worden gehouden, dragers zijn van vele dierziekten, onder meer rabiës;

F. overwegende dat de meeste lidstaten reeds een bepaald niveau van voorschriften hebben voor de registratie en/of identificatie van gezelschapsdieren; overwegende dat de meeste van deze databanken nog niet compatibel zijn en dat gezelschapsdieren die in de EU circuleren, beperkt traceerbaar zijn;

G. overwegende dat compatibele pan-Europese voorschriften voor de identificatie en registratie van gezelschapsdieren een belangrijke stap in de goede richting zouden zijn voor de bescherming van het dierenwelzijn en de gezondheid van mens en dier en kunnen zorgen voor een daadwerkelijke traceerbaarheid van gezelschapsdieren binnen de Unie;

H. overwegende dat een aantal lidstaten (zoals Nederland en België) reeds positieve lijsten hebben voor het houden en/of verkopen van gezelschapsdieren;

1. onderstreept dat gezelschapsdieren een positieve bijdrage leveren aan de levens van miljoenen individuele eigenaren en gezinnen in de gehele EU, en bekrachtigt dat eigenaren op een veilige en gecontroleerde manier met hun gezelschapsdieren moeten kunnen reizen in de gehele Unie;

2. is ingenomen met de verbeteringen die bij Verordening (EU) nr. 576/2013 ten aanzien van de reisregeling voor gezelschapsdieren zijn ingevoerd, waaronder de extra beveiligingskenmerken in het paspoort voor gezelschapsdieren, en met de verdere verbeteringen die zullen volgen wanneer de wetgeving inzake diergezondheid door de medewetgevers zal zijn aangenomen;

3. is verontrust over de bewijzen van niet-gouvernementele organisaties, wetshandhavingsinstanties, bevoegde autoriteiten en dierenartsen waaruit duidelijk blijkt dat steeds meer illegaal misbruik wordt gemaakt van de reisregeling voor gezelschapsdieren, die wordt uitgebuit voor commerciële doeleinden;

4. stelt vast dat het ontbreken van vaccinatie, passende virusbestrijding en veterinaire en gezondheidszorg bij illegaal verhandelde gezelschapsdieren vaak ertoe leidt dat de dieren met antibiotica moeten worden behandeld; benadrukt dat hierdoor het risico van antimicrobiële resistentie toeneemt;

5. neemt met bezorgdheid kennis van de toenemende legale en illegale handel in wilde dieren die vaak als gezelschapsdieren worden gehouden; merkt op dat het houden van wilde dieren als gezelschapsdieren een groot gevaar betekent voor het welzijn van het individuele dier en een risico inhoudt voor de gezondheid en veiligheid van de mens; constateert dat de handel ernstige gevolgen heeft voor het behoud van de soorten die voor commerciële doeleinden in het wild worden gevangen; dringt er bij de Commissie op aan krachtige en doeltreffende maatregelen vast te stellen ter bestrijding van de illegale handel in gezelschapsdieren, met inbegrip van wilde dieren die als gezelschapsdier worden gehouden;

6. stelt vast dat veel lidstaten weliswaar verplichte systemen hebben voor de identificatie en registratie van gezelschapsdieren, maar dat er discrepanties bestaan ten aanzien van het soort informatie dat wordt opgeslagen, de dieren die onder de identificatie- en registratievoorschriften vallen en het bestuursniveau waarop deze informatie wordt bewaard;

7. merkt op dat compatibele systemen voor de identificatie- en registratievereisten voor honden (Canis lupus familiaris) en katten (Felis silvestris catus) de gelegenheid voor het vervalsen van documenten en illegale handel zouden beperken, waardoor het dierenwelzijn wordt verbeterd, de gezondheid van mens en dier wordt beschermd en voor een daadwerkelijke traceerbaarheid binnen de Unie wordt gezorgd;

8. doet een beroep op de Commissie om meteen na de inwerkingtreding van de verordening betreffende overdraagbare dierziekten (wetgeving inzake diergezondheid) een gedelegeerde handeling vast te stellen waarin regels worden vastgelegd overeenkomstig de artikelen 109 en 118 van de verordening betreffende gedetailleerde compatibele systemen inzake de middelen en methoden voor de identificatie en registratie van honden (Canis lupus familiaris) en katten (Felis silvestris catus); onderstreept dat de persoonsgegevens van eigenaars en verkopers van gezelschapsdieren gerespecteerd dienen te worden overeenkomstig de desbetreffende wettelijke EU-normen inzake de bescherming van persoonsgegevens;

9. doet een beroep op de Commissie om na de inwerkingtreding van de verordening betreffende overdraagbare dierziekten te overwegen een gedelegeerde handeling vast te stellen waarin regels worden vastgelegd overeenkomstig de artikelen 109 en 118 van de verordening betreffende gedetailleerde compatibele systemen inzake de middelen en methoden voor de identificatie en registratie van gezelschapsdieren, zoals vastgelegd in bijlage I van dezelfde verordening;

10. dringt er bij de Commissie op aan onverwijld de conclusies te publiceren van de studie over het welzijn van honden en katten die bij handelspraktijken betrokken zijn;

11. is van mening dat een compatibel systeem voor de identificatie en registratie van gezelschapsdieren in de gehele EU meer voordelen oplevert dan het louter aanpakken van de illegale handel; is van oordeel dat tot deze voordelen het opsporen van de bron van uitbraken van ziekten en het aanpakken van dierenmishandeling en andere punten van zorg in verband met het dierenwelzijn behoren;

12. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.