Bijdrage pesticidencommissie over een overzicht van de EU-vergunningsprocedure voor landbouwgif

Anja Hazekamp (PvdD): Dank u wel voorzitter. Ik wil ook de vertegenwoordigers van de Europese Commissie en EFSA bedanken voor hun inleiding. Ik heb een heleboel vragen, maar ik zal ze niet allemaal kunnen stellen.

Eerst de rapporterende lidstaten. In welke mate kunnen de bedrijven die landbouwgif produceren beslissen welke lidstaat wordt aangewezen voor het uitvoeren van de risicobeoordeling? Zijn er speciale laboratoria in de lidstaten die meer verzoeken krijgen dan andere? Zo ja, kunt u dan ook nadenken over de redenen daarvoor? Bent u bereid de Verordening in die zin te wijzigen dat bedrijven die toestemming gevraagd wordt, niet langer de meest makkelijke of meest voordelige lidstaat nemen?

De tweede vraag gaat over de residuen. In welk stadium, en dan denk ik aan toegevoegde ingrediënten, worden die residuen beoordeeld in de goedkeuringsprocedures? RoundUp bijvoorbeeld is niet alleen de actieve stof glyfosaat, maar daar zijn ook ingrediënten aan toegevoegd. Polyethoxylated tallow amine wordt toegevoegd om glyfosaat makkelijker vast te laten hechten op planten. In welk stadium van het proces worden die ingrediënten getest?

Hoe is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de WHO-resultaten voor betere analyses van de hand werden gewezen? Is het ook gebruikelijk bij andere risicobeoordelingen gebruikelijk af te gaan op studies van de bedrijven die produceren, en niet op onafhankelijke instanties?

Ik heb tot slot nog een vraag aan EFSA, als dat mag. In de Duitse BfR heeft EFSA vertegenwoordigers naar het milieubeschermingsagentschap in de VS gestuurd in 2016, om daar tegen een panel te zeggen dat beide agentschappen glyfosaat veilig vonden. Klopt het dat het milieubeschermingsagentschap de agentschappen niet had uitgenodigd, en waarom steekt u de oceaan over terwijl het goedkeuringsproces in het Europees Parlement onderwerp is van debat?

Dank u wel.